Zorg(en)

Enige tijd geleden hielp ik mevrouw De Jong. Zij was te ziek om zelf haar medicijnen te halen. Dus wilde ik dat wel even doen. Dat bleek nog niet zo eenvoudig…

Bij mevrouw De Jong thuis:

Apotheek: “Met apotheek De Pillendraaier, wat kan ik voor u doen?”
Ik: “U spreekt met Gerrit. Ik bel even namens mevrouw De Jong. Is het recept voor haar medicijnen al bij u binnengekomen?”
Apotheek: “Ogenblikje, ik zal even kijken… Ja hoor, de medicijnen kunnen worden afgehaald”.
Ik: “Dank u wel, ik kom ze nu halen.”

Bij de apotheek:

Ik: “Goedemorgen. Ik kom de medicijnen van mevrouw De Jong halen.”
Apotheek: “O ja, we hadden elkaar net aan de telefoon zeker? Hier zijn haar medicijnen.”
Ik: “Dank u wel. Maar ik zie er maar drie en er zouden vier soorten medicijnen moeten zijn.”
Apotheek: “Tsja, er staan er maar drie op het recept. Kijkt u maar. Als er één ontbreekt zult u contact met de huisarts moeten opnemen. Zonder recept kan ik dit medicijn niet meegeven.”

Terug bij mevrouw De Jong thuis:

Huisarts: “Dit is het antwoordapparaat van dokter van der Ploeg. De praktijk is donderdagmiddag gesloten. Voor spoedgevallen kunt u contact opnemen met de doktersdienst.”
Doktersdienst: “Met de assistente van de doktersdienst, wat kan ik voor u doen?“
Ik: “U spreekt met Gerrit. Ik bel even namens mevrouw De Jong. Ze is patiënte bij dokter van der Ploeg, maar die praktijk is momenteel gesloten. De dokter had drie dagen geleden een recept uit zullen schrijven, maar heeft dit niet gedaan. Dit recept betreft een onmisbaar medicijn. Zou u dit willen uitschrijven en naar de apotheek mailen?”
Doktersdienst: “Nou mijnheer, daar zijn we niet voor. Dit is niet urgent, want dan had ze maar eerder moeten bellen met haar eigen huisarts.”
Ik: “Ja maar, mevrouw De Jong is maandag bij haar huisarts geweest. Ze heeft dinsdag direct gebeld omdat het recept niet bij de apotheek binnen was gekomen. Ze heeft woensdag weer gebeld, weer zonder resultaat. En nu is het donderdag. Het recept was eindelijk bij de apotheek, maar in plaats van vier stonden er maar drie medicijnen op. En daarom bel ik nu.”
Doktersdienst: “Tuut tuut tuut.”

Doktersdienst: “Met de assistente van de doktersdienst, wat kan ik voor u doen?“
Ik: “Ja, u spreekt weer met Gerrit. De verbinding viel weg. Het medicijn voor mevrouw De Jong is absoluut noodzakelijk. Haar eigen huisarts heeft een vergissing begaan. Kan gebeuren. Ik wil niet op mijn geweten hebben dat haar ziektebeeld verslechtert. Zou u mij alstublieft willen helpen?”
Doktersdienst: “Nou voor deze ene keer dan. Ik zal het nu faxen naar de apotheek.”
Ik: “Dank u wel hoor. Ik bel de apotheek over tien minuutjes op of het is aangekomen en ga het meteen halen.”

Apotheek: “Met apotheek De Pillendraaier, wat kan ik voor u doen?”
Ik: “U spreekt weer met Gerrit. Ik bel weer even namens mevrouw De Jong. Het ontbrekende recept zou u inmiddels zijn gefaxt. Heeft u het binnen gekregen?”
Apotheek: “Ogenblikje, ik zal even kijken… Nee, het spijt me, het is er niet”.

Doktersdienst: “Met de assistente van de doktersdienst, wat kan ik voor u doen?“
Ik: “Ja, nogmaals met Gerrit. De apotheker heeft het recept voor mevrouw De Jong helaas niet ontvangen. U had het toch meteen verstuurd?”
Doktersdienst: “Jazeker. Dus de fout ligt bij de apotheker. Ik heb hier verder geen tijd voor.”
Doktersdienst: “Tuut tuut tuut.”

Doktersdienst: “Met de assistente van de doktersdienst, wat kan ik voor u doen?“
Ik: “Ja, sorry hoor, de verbinding viel weer weg. Maar de apotheker heeft het recept echt niet binnen gekregen. Kunt u voor mij even het faxrapport bekijken?”
Doktersdienst: “Faxrapport?”
Ik: “Ja, dat is een verslagje van de verzonden faxen. Naar welke nummers, of het goed is gegaan, of niet.”
Doktersdienst: “Ik heb hier allemaal geen tijd voor hoor.”
Ik: “Ah, alstublieft, het is echt heel belangrijk.”
Doktersdienst: “Nou, vooruit… Ogenblik… Oh, nou zie ik het, het is niet goed gegaan. Sorry hoor. Ik doe het meteen opnieuw.”
Ik: “Dank u wel voor alle moeite hoor.”

Apotheek: “Met apotheek De Pillendraaier, wat kan ik voor u doen?”
Ik: “Ja, daar ben ik weer. Gerrit namens mevrouw De Jong. Is het nu binnen?”
Apotheek: “Ogenblikje. Helaas, het is niet binnen gekomen.”
Ik: “Ach, mijnheer Pillendraaier. Wat moet ik nu? Kunt u nu voor één keertje dat medicijn niet gewoon afgeven zonder recept? U ziet toch in haar dossier dat ze het al een tijdje gebruikt?”
Apotheek: “Nee, dat kan ik helaas niet doen.”

Doktersdienst: “Met de assistente van de doktersdienst, wat kan ik voor u doen?“
Ik: “Ja, met Gerrit weer. De apotheker heeft het weer niet ontvangen.”
Doktersdienst: “Nou mijnheer Gerrit, u maakt er wel een potje van zeg. Zo kom ik niet aan werken toe.”
Ik: “Het spijt me echt heel erg, mevrouw, maar naar welke apotheek stuurt u het recept precies?”
Doktersdienst: “Nou, naar de apotheek in De Pijp natuurlijk.”
Ik: “Aha, nou begrijp ik het. Het moet de vaste apotheek van mevrouw De Jong zijn, die in de Utrechtsestraat.”
Doktersdienst: “Ja, als mevrouw ook iedere keer een andere apotheek neemt, dan wordt het ook een zooitje natuurlijk.”
Ik: “Die apotheek heeft ze al jaren. Maar goed, als u het recept nu daarheen zou willen faxen, dan komt alles toch nog goed.”

Apotheek: “Met apotheek De Pillendraaier, wat kan ik voor u doen?”
Ik: “Ja, daar ben ik weer. En nu heeft u het recept ontvangen natuurlijk.”
Apotheek: “Ik zal even voor u kijken… Helaas het is er niet.”
Ik: “Hoe is het toch mogelijk. Kunt u mij misschien even uw faxnummer geven. Dan noteer ik dat en kan ik dat controleren met het nummer van de doktersdienst.”
Apotheek: “Mijn faxnummer is 12345.”

Doktersdienst: “Met de assistente van de doktersdienst, wat kan ik voor u doen?“
Ik: “Ja, goedemiddag weer. Altijd een feest om uw stem weer te horen. Naar welk nummer heeft u het recept gefaxt?”
Doktersdienst: “Ja maar mijnheer, ik kan toch niet aan de gang blijven met u. Het moet nu maar eens afgelopen zijn.”
Ik: “Ach, alstublieft mevrouw, naar welk nummer?”
Doktersdienst: “Nou, naar 54321 natuurlijk.”
Ik: “Dan zit daar dus het probleem. Het moet 12345 zijn. Wilt u het recept nog een keer faxen alstublieft?”
Doktersdienst: “Ja, als die apotheker ook voortdurend van faxnummer verandert dan wordt het ook een zooitje natuurlijk. Daar kan ik vanzelfsprekend niets aan doen.”

Apotheek: “Met apotheek De Pillendraaier, wat kan ik voor u doen?”
Ik: “Met mij weer. Is het recept er nu?”
Apotheek: “Ja, u kunt het medicijn komen halen.”
Ik: “Dank u wel. Wel verwarrend dat u zo vaak van faxnummer verandert.”
Apotheek: “?????”
Ik: “Tuut tuut tuut.”

Een paar dagen later, in het ziekenhuis, de neurologe:

“Ik ga u meteen hier houden, mevrouw De Jong. En wat die medicijnen van u betreft: van de vier is er in ieder geval één die u nooit had mogen hebben. Daar stoppen we met onmiddellijke ingang mee. Over twee anderen heb ik mijn twijfels, maar daar kom ik nog op terug.”

Gelukkig gaat het inmiddels weer goed met mevrouw De Jong. Alleen word ik ’s nachts wel eens gillend wakker als ik droom zelf zorg nodig te hebben.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.