“Je bent hard op weg om een spookrijder te worden”, zei ik tegen de bestuurder. Die keek me verbaasd aan en zei “nee hoor”.
“Toch wel”, zei ik. “Kijk maar. We staan helemaal links op de weg. We kunnen niet linksaf. De baan naast ons is voor rechtdoor, die daar weer naast voor rechtsaf, en waar wij nu staan is de linker weghelft waar de auto’s die daar voor het stoplicht staan zo dadelijk deze straat in willen rijden”.
Ineens zag de man dat hij inderdaad een foutje had gemaakt en probeerde naar de baan rechts van ons te manoeuvreren. Waar inmiddels een auto stond. Gelukkig had die een toeter.
Het was in de namiddag van een dag waarop al het één en ander fout was gegaan. De afdeling Planning had niet zijn beste dag. Ik had al een collega ontmoet in Vuren waarbij in zijn opdracht het begin- en eindadres waren omgewisseld en een andere collega die naar Hapert was gestuurd terwijl de auto in Best stond. En in datzelfde Hapert ging het bij mij ook mis.
Het ophaaladres was een bungalow op een vakantiepark. Als ik daar bij de receptie was, moest ik een telefoonnummer bellen en zou mij een Opel Karl worden meegegeven voor transport naar het westelijk havengebied in Amsterdam.
“Dit is de voicemail van Pawel. Spreek na de piep een bericht in en ik bel u z.s.m. terug”.
Ik ging zitten in de zithoek van de receptie. Daar zat al een andere oudere man. Dat bleek een collega te zijn, met een soortgelijk probleem als dat ik had. Ook wachtende op een Opel Karl. Maar dan met een ander kenteken. Wel moest ook die auto naar het westelijk havengebied in Amsterdam. En ook bij hem zou Pawel z.s.m. terugbellen.
Natuurlijk raakten we aan de praat en deze collega bleek in Hapert te wónen. Om de hoek dus.
Omdat het wachten me te lang duurde, bleef ik het telefoonnummer van Pawel bellen. Bij de zesde of zevende keer nam hij eindelijk op. Ik vertelde hem op welke auto ik zat te wachten en op welke auto mijn collega zat te wachten. Hij begon direct uitgebreid zijn excuses te maken. Vooral omdat hij ten aanzien van mijn auto een fout had gemaakt. De auto was nog niet klaar en dus niet aanwezig in Hapert. Maar de auto van mijn collega was er wel. Pawel vertelde waar hij stond en dat de sleutels en het kenteken in het dashboardkastje lagen.
“Jouw auto is er wel, maar de mijne niet”, zei ik tegen mijn collega. “Als je wilt neem ik jouw rit wel over en breng dat ding naar Amsterdam. Dat is mooi in de richting van mijn woonplaats Alkmaar”.
Maar daar voelde de man niets voor. Niet rijden betekent ook ‘niets vangen’ en dat extraatje liet deze gepensioneerde zich niet door de neus boren. Begrijpelijk.
“Maar, je kunt wel met me meerijden”. Hetgeen ik op dat moment ook een prima oplossing vond.
Het eerste wat de man deed toen we in de auto zaten, was zijn navigatiesysteem aansluiten op het 12V contact. Maar hem aan zetten deed hij niet. Hij had namelijk al zo vaak naar het westelijk havengebied in Amsterdam gereden dat hij hem niet meer nodig had. Dat dacht hij althans op dat moment.
Eenmaal op de snelweg constateerde ik een wat ‘vrije’ rijstijl. Het leek alsof hij met het stuur voortdurend probeerde de auto tussen de lijnen van de weg te mikken. Maar dat hij dat niet zo goed kon en daardoor steeds een beetje moest bijsturen. Met als gevolg dat we ons licht slingerend tussen de lijnen voortbewogen.
Gaandeweg begon ik me steeds ongemakkelijker te voelen en moest ik de neiging om in te grijpen onderdrukken. Met de armen over elkaar probeerde ik afleiding te zoeken door de conversatie gaande te houden.
“Doe je dit werk al lang?”
“Ik ben nu 75 en doe dit vanaf mijn 65ste. Tien jaar dus”, antwoordde hij, terwijl we maar links bleven hangen en de auto’s ons rechts begonnen in te halen.
Aangekomen op de zuidelijke rondweg van Amsterdam vond hij rechts rijden ineens wel een goed idee. Weliswaar naast een vrachtwagen die probeerde in te voegen en daartoe volledig werd geblokkeerd. Eén van de twee zou óf gas moeten geven óf gas moeten terugnemen om dat invoegen mogelijk te maken. Ik zag de chauffeur van de vrachtwagen kwaad kijken en wilde gebaren maken.
Plotseling bedacht de man dat we misschien ons einddoel naderden. Hij remde krachtig en schoot achter de vrachtwagen langs nog net de afslag af, de Stadionbuurt in. Kriskras doorkruisten we deze. En ook de Apollobuurt en nog zo wat wijken. Als ‘siteseeing tour’ erg leuk, maar ik kon er niet van genieten. Met het zweet op mijn rug en zittend op mijn handen probeerde ik rustig te blijven.
“Misschien toch maar even de navigatie aanzetten?” stelde ik voor.
“Nee hoor, niet nodig. Ik ben hier tien jaar geleden ook wel eens geweest. Ik ken de weg nog wel”, reageerde hij, terwijl hij een doodlopende straat in reed.
“Je bent hard op weg om een spookrijder te worden”, zei ik dus toen we dat wijkje weer uit wilden. Ondertussen zette ik mijn eigen navigatie aan en vertelde hem hoe we weer terug konden naar de rondweg zodat we verderop de juiste afslag zouden kunnen nemen.
“Als je nou bij de volgende stoplichten Schiphol aanhoudt, dan draai je zo de rondweg weer op en volgen we daar de richting Zaanstreek. Bij de afslag Sloterdijk komen we dan vanzelf in het westelijk havengebied”.
Wachtend voor de stoplichten zag ik hem twijfelen. Hij geloofde mijn aanwijzingen niet.
“Nee, dit is niet goed”, zei hij en draaide weg uit onze baan, over de doorgetrokken streep, onder luid protesterend getoeter van de rij auto’s die daar net begon op te trekken.
Ik deed mijn navigatiesysteem weer uit, sloot mijn ogen, deed een schietgebedje en wachtte op wat verder komen zou.
Er volgde opnieuw een spannend ritje sightseeing, maar uiteindelijk zijn we toch weer voor hetzelfde stoplicht bij de oprit richting Schiphol beland en is het gelukt de afslag Sloterdijk te bereiken. Daar reed hij opnieuw een verkeerde straat in, maar ik wist dat ik in de buurt van het station was.
“Zet me daar maar af”, wees ik naar de kant van de weg. “Verder loop ik wel”.
Ik bedankte hem en wenste hem een goede reis terug. Ook bedankte ik God. Op mijn blote knieën. Zo dankbaar was ik dat ik dit heb overleefd. En al gun ik iedereen zijn mobiliteit, voor sommige mensen zou die CBR-keuring misschien toch wat eerder moeten plaatsvinden.