Podgora

Ons Fiatje 500 had ons helemaal naar Joegoslavië gebracht. Het was nog de tijd van Tito. De man die acht sterk van elkaar verschillende (qua taal en religie) landen lange tijd verenigd wist te houden. Van die acht landen doorkruisten we het gebied dat nu Slovenië, Kroatië en Bosnië Herzegovina heet.

Tito was een communist en dat regime had het niet zo op met vrijheden die wij als heel normaal beschouwden. Zo bezochten we een discotheek in Sarajevo waar de verlichting bestond uit felle TL-balken en langs de kant soldaten toezicht hielden met UZI mitrailleurgeweren in de hand. Het gaf een unheimisch gevoel. We zagen er niemand een pilletje slikken en roken werd er veel gedaan, maar beslist geen jointjes.

In het kustplaatsje Podgora ontdekten we dat er twee varianten van waren. Het oude Podgora, meer de bergen in, en het nieuwe, direct aan zee. Na ons Fiatje geparkeerd te hebben wandelden we eerst de bergen in, naar dat oude Podgora. Daar aangekomen bleken er veel oude huisjes te staan. Maar er woonden slechts drie bejaarde dames in het hele dorp. Eén van hen hebben we ontmoet en zij nodigde ons uit binnen te komen om thee te drinken. Tegen zo veel gastvrijheid zeg je natuurlijk geen nee. In haar sober ingerichte woonkamer stond o.a. een kast. En op die kast stonden oude zwartwit foto’s van mannen. Toen ze zag dat ik die foto’s bekeek begon ze luid te jammeren. ‘Partizani, partizani’, riep ze. En, hoewel we niet dezelfde taal spraken, begrepen we uiteindelijk dat alle mannen uit het dorp in de Tweede Wereldoorlog met hun houten vissersbootjes de zee op waren gevaren om de Duitse marineschepen te bevechten. Natuurlijk maakten ze geen enkele kans en de hele mannelijke bevolking van het dorp is daarbij omgekomen. De drie weduwen waren de laatste overlevenden van dat dorp.

Terug in het nieuwe Podgora zochten we een slaapplek, en dat vonden we bij wat we nu een B&B zouden noemen. Na ons geïnstalleerd te hebben vroegen we onze gastheer en -vrouw waar er in de buurt een goed restaurant was. We hadden zin in een lekker kippetje. Ze adviseerden een restaurant en wezen ons de weg er naar toe. Dat bleek toch wel een wandeling van een half uurtje te zijn, maar eenmaal in het restaurant was het die wandeling meer dan waard. Want tot onze verbazing was er al een tafel voor ons gedekt en in no-time werd er een bord met voor ieder een halve kip op tafel gezet. Het restaurant bleek eigenlijk vlakbij onze B&B en onze wandelomweg was bedoeld geweest om het restaurant tijd te geven zich op onze komst voor te bereiden.

Na een heerlijk diner vroeg de ober of we kaas als dessert wilden. Van het huis. Dat wilden we wel. De kaas bleek zacht en toch ook een beetje ‘korrelig’. Daar begonnen we enthousiast van te eten. Nu was me al opgevallen dat het personeel ons oplettend in de gaten hield. En die oplettendheid werd beloond toen ik, na een paar happen, in de gaten kreeg dat ‘krummeltjes’ kaas ineens over het bord bewogen. Onze gezichten spraken boekdelen en onze verschrikte kreten ook. Tot groot plezier van het personeel.

Inmiddels weet ik dat de kaas net zo lang wordt bewaard totdat een bepaald verrottingspunt wordt bereikt. Kaasvliegen leggen eitjes in de kaas en zo ontstaan er maden die soms wel tot 15 centimeter hoogte kunnen springen. Een lekkernij dus. Maar om de één of andere reden zijn we toch direct gestopt met eten.

Een gedachte over “Podgora

  1. Pingback: 12-79-AT | Gerrits zkv

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.