Het diner

“Okay jongens: ‘saignant’, ‘à point’ of ‘bien cuit’”, vroeg Joop, terwijl hij voorzichtig zes biefstukjes in de pannen legde.

Hij stond voor een nieuwe elektrische kookplaat die bovenop een nieuwe koelkast was geplaatst. Uit de speakers van een prachtige nieuwe stereotoren klonk muziek. De nieuwe televisie stond uit.

De ronde tafel waaraan gewoonlijk werd gewerkt was leeggehaald en keurig gedekt voor zes personen. Mooi servies en bestek, linnen servetten. De grote wijnglazen waren nog niet gevuld, maar een goede fles rood was al ontkurkt.

De ongezellige TL-balken waren uit en in plaats daarvan brandden er een flink aantal kaarsen.
In een kast stond een fles cognac. Voor het geval we straks bij de koffie er nog een lekker glaasje naast wilden zetten om het geheel in stijl af te sluiten.

Normaal aten we in de pauze onze meegebrachte bammetjes en dronken daarbij een pakje melk of karnemelk. Maar we hadden wat te vieren en dat had ik mede veroorzaakt.

Het was nog steeds werktijd, maar de druk was van de ketel. We hadden de krant op tijd laten zakken en wat restte was kopij en advertenties voor latere dagen. Dat had geen haast en morgen was er weer een dag.

Alle afval die ontstond bij de analoge vervaardiging van kranten in die tijd werd in afvalbakken gegooid en afgevoerd. Afvalscheiding bestond nog niet. Maar ik wist dat een aantal tussenstappen in de productieketen bestond uit fotografie. En analoge fotografie is gebaseerd op oxidatie van zilver onder invloed van licht. Negatieven bevatten, ook nadat hun taak er op zat, nog steeds veel zilver. Dat werd tot dat moment gewoon weggegooid. Zonde, vonden wij. En zo kwam het dat we o.a. op de afdeling reproductiefotografie afvalbakken neerzetten en onze collega’s verzochten de negatieven, na gebruik, daarin te deponeren. Zelf deden we hier ook aan mee door dagelijks alle afdelingen af te speuren en ieder snippertje negatief mee te nemen en in de bak te gooien. Het was er nog nooit zo netjes geweest.

Voorafgaand aan de organisatie van het verzamelen hadden we diverse bedrijven benaderd die zeer geïnteresseerd waren om de negatieven van ons te kopen. De hoogste bieder kreeg de opdracht.

Toen we voor het eerst het materiaal lieten ophalen waren we zelf verbaasd over de hoeveelheid. En daarmee, over de hoeveelheid geld die het opleverde. Binnen een paar weken hadden we voldoende voor alle mooie nieuwe spulletjes die ik hiervoor al noemde. Voldoende reden voor een feestje.

Tijdens het diner en onder het genot van de uitstekende wijn, sloegen de fantasieën flink op hol. “Misschien kunnen we een biertap kopen”, of “nee, eerst een elektrische frituurpan, kunnen we de hele dag door bitterballen maken” of “die automatenkoffie is niet zo lekker, misschien een espresso apparaat”, etc.

Het was gezellig, een groot succes. Maar het was ook opvallend. In no-time ging het verhaal over onze luxe, gezellige afdeling door het hele bedrijf.

Het duurde dan ook niet lang voordat ik bij het hogere management werd geroepen. Niet om mij een standje te geven, maar om mij te bedanken. Zilver terugwinnen uit negatief materiaal vond men een uitstekend idee. De organisatie daarvoor was al opgezet, het rendement overduidelijk bewezen. Alleen moesten de opbrengsten naar de bedrijfsrekening en niet naar de mijne.

“Oh, en koken mag niet meer, want daar zijn we niet voor verzekerd”.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.