Geduld

‘Mijnheer, zonder formulier krijgt u de auto niet mee. Het is geen zakje snoep hè’, zei de man achter de receptiebalie. Hij keek me daarbij streng aan en was helemaal overtuigd van zichzelf. Op het arrogante af.

‘Maar mijnheer, de leasemaatschappij wil geen papierwinkel meer, en dus ook geen formulieren. Ze hebben een app en daar moet ik wat gegevens in zetten en een paar fotootjes maken. U zet dan digitaal uw handtekening en klaar is Kees’, antwoordde ik.

‘Niets mee te maken, zonder formulier krijgt u de auto niet mee’.

De man zat strak ik het pak. Donkerblauw, maar ietsje te krap. Het colbertje knelde wat bij de schouders en de knoop waarmee hij het had dichtgemaakt trok strak. Toen hij opstond zag ik dat zijn broekspijpen Kelderiaans strak en kort waren. Er onder droeg hij bruine schoenen. Hij zag er precies zo uit als je verwacht van een autoverkoper.

Ik had al een poosje vriendelijk geprobeerd uit te leggen dat ik de auto moest inspecteren en dan terugbrengen naar de leasemaatschappij. Maar toen hij maar bleef mekkeren over een formulier besloot ik dat even te laten voor wat het was en zei: ‘als u mij nu de sleutel geeft dan kan ik de auto inspecteren en dan praten we straks nog wel even over dat formulier’.

‘Nou, u kunt één sleutel meekrijgen, maar die andere houd ik en die krijgt u pas als ik een formulier van u krijg’.

Bij de inspectie vulde ik o.a. de hoeveelheid brandstof en de kilometerstand in in de app van de leasemaatschappij, maakte wat foto’s en ging weer naar binnen.

Daar hield ik de man het schermpje van mijn gsm voor en vroeg hem daarop digitaal zijn handtekening te zetten.

‘Maar u krijgt de auto niet mee als ik geen formulier van u krijg’, mokte de man weer.

Ondertussen verzond ik de gegevens naar de leasemaatschappij en vroeg mij af hoe ik zonder geweld te gebruiken het kentekenbewijs, twee sleutels en een tankpasje van de man los kon krijgen.

‘Ogenblikje, ik voel dat ik een berichtje binnenkrijg’, zei de man en haalde zijn gsm uit zijn zak.

Stom verbaasd keek hij naar zijn schermpje. Alle gegevens van de auto en de overdracht aan mij stonden daarop vermeld. Zonder verder iets te zeggen gaf hij me alles wat bij de auto hoorde.

‘Ziet u wel dat het zonder formuliertjes ook prima kan. Goedemiddag’, zei ik. Ik kreeg echter geen reactie meer.

Na aflevering van de Nissan Qashqai in Almere moest ik nog een Fiat Ducato ophalen en naar Den Haag brengen. Toen dat was gebeurd vond ik dat ik wel een kopje koffie had verdiend. De garage waar ik mij bevond had een koffiehoek, dus dat was snel geregeld. Nippend van mijn koffie kwam er een andere oudere man binnen. Hij herkende in mij direct een collega hiker en begon een praatje met me. Uit zijn oren staken kleine draadjes. En dat was niet voor niets want hij zei herhaaldelijk ‘wat zegt u’.

‘Weet u of ze bij de afdeling Planning een nieuwe telefooncentrale hebben?’, vroeg hij.
‘Niet dat ik weet, hoezo?’, reageerde ik.
‘Nou, ze zijn zo slecht te verstaan. De verbinding is gewoon niet goed meer’, zei hij.
‘Weet u zeker dat uw batterijtjes niet leeg zijn?’, vroeg ik.
‘Wat zegt u?’, zei de man.

Omdat er al een flink beroep op mijn geduld was gedaan deze dag, besloot ik het hierbij te laten. Ik dronk mijn koffie op en stond op. ‘Een hele fijne dag verder. Tot ziens’, brulde ik.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.