Corona heeft ook ons wereldje klein gemaakt. Misschien is dat de reden dat de behoefte aan opruimen steeds prangender werd.
Ik begon op zolder en kwam al snel tot de conclusie dat er spullen lagen die wel weg mochten, maar zeker niet naar het grofvuil. Nu ben ik niet de enige die opruimt in deze dagen, getuige het feit dat de kringloopwinkels inmiddels uitpuilen. Dus ook dat was geen optie.
Veel mensen zijn enthousiast over Markplaats en daarom besloot ik ook wat spulletjes daar aan te bieden. O.a. een beeldje.
Het was een beeldje van een ridder. Handgemaakt en afkomstig uit Engeland. Bij mij was het in de loop der tijd in een kast op zolder beland en het verdiende beter.
Ik fotografeerde het van alle kanten, schreef een wervende tekst en plaatste hem als gratis advertentie op Markplaats. Zonder vraagprijs maar met de aanmoediging ‘bieden’.
Na eerst wat onzinreacties kreeg ik een berichtje van een mijnheer uit Den Haag. Hij was gepensioneerd onderwijzer met geschiedenis als specialiteit. Tot verbazing van zijn echtgenote had hij zich tot een verzamelaar van dit soort curiosa ontwikkeld.
Met deze achtergrondinformatie was ik er direct van overtuigd dat deze mijnheer King Edward III een veel beter tehuis zou bieden dan een donkere kast op mijn zolder.
Over de prijs waren we het snel eens. Maar de man biechtte me op dat hij toch wat drempeltjes zag. Op de eerste plaats kon hij het beeldje niet ophalen, dus het zou moeten worden opgestuurd (“uiteraard voor mijn rekening”). En hij zou de betaling verrichten door middel van een overschrijvingskaart (“eigenlijk ben ik nog een Middeleeuwer”). Vanwege die vertraagde betaling stelde hij direct al voor dat ik het beeldje pas zou opsturen als ik het geld op mijn rekening had staan.
Maar de conversatie over en weer was zo prettig geweest dat ik geen enkel wantrouwen jegens de man koesterde. Bovendien had hij me geschreven dat hij een ex-Alkmaarder was, en zoals iedereen weet zijn dat zeer betrouwbare mensen. Na het uitwisselen van gegevens pakte ik Edward de volgende dag direct goed in en verstuurde hem naar zijn nieuwe onderdaan.
’s Avonds ontving ik al een mail: “Tot mijn grote verrassing stond daarnet koninklijk bezoek uit het Engeland van vervlogen dagen voor de deur! Uiteraard is dit bezoek met alle egards ontvangen (we zijn uiteindelijk woonachtig in de hofstad…) en hij heeft inmiddels een ereplaats gevonden”.
Tevens nodigde hij me uit om, als het gemis aan de koning mij teveel mocht worden, ik welkom was om te komen kijken hoe het hem op zijn nieuwe adres verging.
In deze kille coronatijden was dit een hartverwarmende ervaring.
Dankzij King Edward III.