De schele pos lag te spartelen op het tegelpad op de dijk. Ik zat er op mijn blote knieën naast, in mijn korte broek en vroeg me af hoe ik mijn vishaakje uit zijn keel kon halen zonder dat ik zijn kop af hoefde te snijden. Aan schele possen had ik de pest. Ze waren altijd klein. En eetbaar waren ze ook al niet. Maar het ergste van al: altijd, altijd, altijd, slikten ze het vishaakje meteen helemaal in.
Ik hield het visje in mijn linkerhand en begon aan het snoertje te trekken. Dat hielp voor geen meter. Het enige wat er gebeurde was het onmachtig open en dichtgaan van het vissenbekje, waar langzaam wat bloed uit sijpelde. Met mijn slijmerige, bebloede hand probeerde ik mijn zakmes uit mijn broekzak te halen. Er zat toch niets anders op dan dat ik hem ging opensnijden. Visgerei was schaars en geld had ik niet. Ik moest en zou mijn haakje ongeschonden uit de pos krijgen, teneinde op jacht te kunnen gaan naar betere, grotere, eetbaarder vissen.
Ondertussen voeren op het Amsterdam-Rijnkanaal de vrachtschepen af en aan. Een paar daarvan maakten een hels kabaal met hun scheepstoeters. Dit trok mijn aandacht. Ik keek om en constateerde direct dat mijn twee jaar jongere buurjongetje, Gerard, verdwenen was. Ik liet de schele pos even voor wat het was en liep de dijk weer af, naar de waterkant. Ondertussen ging het scheepstoeterconcert onverminderd door. Maar Gerard was nergens te bekennen. Wel zag ik ineens een handje boven het onstuimige water uitkomen. En ik begreep direct dat dat handje bij Gerard hoorde. Zonder na te denken sprong ik in het water, zo dicht mogelijk bij dat handje. Ik greep hem beet en trok Gerard weer omhoog. Proestend kwam zijn koppie boven water, happend naar lucht. Drijfnat gingen we vervolgens naar huis.
Eigenlijk wilde ik zo snel mogelijk terug naar mijn schele pos. Maar dat ging nog niet zo makkelijk. Moeders willen altijd alles weten. En die moeder van Gerard, dat vond ik maar een gek mens. Ze begon me te zoenen. En ze deed nog meer: ze nam contact op met het plaatselijke sufferdje, waardoor er in de eerstvolgende editie hierover een berichtje werd geplaatst. Ze nam ook contact op met de Melkbrigade. Daar was ik lid van, omdat melk toen nog erg gezond was. Drie glazen per dag: Joris driepinter.
De Melkbrigade bombardeerde me tot erelid. Apetrots was ik daar op.
Maar helaas heb ik nu alleen geen enkel idee meer hoe het met de schele pos is afgelopen.