Het vaartochtje

“Grettááááá”, brulde commissaris Packzûh van de politie Zaanstreek/Waterland. Hij voelde de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de burgers, ter land, ter zee en in de lucht, zwaar op zich drukken. Die dag alleen al, hadden zeker tien verontrustte bewoners hem gebeld over onveilig en te hard vaargedrag van de jeugd. Niet alleen overtraden deze jongeren de wet, maar ook het milieu was in gevaar.

“Gretta is met vakantie mijnheer. Mijn naam is Marie-Louise van Klepperen tot Castagnette en u heeft mij ingehuurd om haar te vervangen”, zei de dame die zijn riante kamer binnenkwam.

Ineens herinnerde Packzûh het zich weer. Toen Gretta haar vakantie had aangevraagd, had hij contact opgenomen met consultancybureau Fulmnsäcken, copieus gedineerd bij ‘De Hoop op de Swarte Walvis’ met hun accountmanager en, na een paar glazen overheerlijke wijn, hard onderhandeld over het tarief. Voor het luttele bedrag van 150 euro per uur had hij nu de beschikking over de talenten van Marie-Louise, met Nijenrode-opleiding. Zijn collega’s in den lande zouden wel jaloers op hem zijn.
“Ahum, ja, ja, dat is waar ook. Laat Jan-Jaap de Haan even bij me komen, wil je?”
“Natuurlijk mijnheer”, zei Marie-Louise.

Toen Jan-Jaap binnenkwam, kwam commissaris Packzûh meteen ter zake:
“Jan-Jaap, ik heb een belangrijke opdracht voor je. Heb je je vaarbewijs?”
Jan-Jaap werd rood tot achter zijn oren. Hij was kortgeleden voor de derde keer gezakt.
“Nee mijnheer”, stotterde hij.
“Jammer. Maar dan neem je adjudant Watergeus maar mee. Ik wil dat je a.s. zaterdag met de boot de polder in gaat en iedereen die ook maar iets doet wat niet mag, op de bon slingert. Je target voor die dag is twintig forse bekeuringen. Dat zal die jeugd leren!”
“Maar mijnheer”, stotterde Jan-Jaap. “Ik moet zaterdags altijd boodschappen doen van mijn vrouw, en daarna moet ik alle zegeltjes inplakken”.
“Niets mee te maken. De plicht roept. Het is in het landsbelang. En nu d’r uit De Haan”, zei commissaris Packzûh.

Jan-Jaap verliet de kamer in een sombere stemming. Hoe moest hij dit nu weer aan Anneke, zijn vrouw, vertellen? Maar toen kreeg hij een geweldig idee. Als hij nu eens een camera meenam en alles zou filmen. En de film dan aan de commissaris zou laten zien. Dan zou deze vast wel onder de indruk komen van zijn heldhaftig optreden en hem misschien wel promotie geven. Daar zou Anneke vast wel aan mee willen werken, want ze wilde graag een nieuwe LED TV om ‘The Bold and the Beautiful’ beter te kunnen zien. Vrolijk stapte Jan-Jaap op zijn fiets, richting huis.

De volgende zaterdagochtend stond Jan-Jaap voor de spiegel. Hij controleerde nog eens extra zijn uniform. Voor een belangrijke opdracht moest hij er picobello uitzien. Knopen gepoetst, pistool goed zichtbaar op de heup, handboeien aan de riem. Hij was er helemaal klaar voor.

Bij de boot aangekomen, zat adjudant Watergeus al op hem te wachten.
“Ik moet de boot besturen en de camera bedienen. Wat doe jij eigenlijk?”, mopperde hij.
“Ik pak de boeven”, zei Jan-Jaap.

Direct nadat zij op de Gouw waren aangekomen zagen zij een aluminium platbodempje. Het voer met grote snelheid en ging met een scherpe bocht het riet in. Aan boord zaten drie jongens van een jaar of vijftien.
“Mmmm”, dacht Jan-Jaap. “Die zien er best al groot en sterk uit en ze zijn met z’n drieën, en wij maar met twee”.
“Daar gaan we op af zeker?”, vroeg adjudant Watergeus, al filmend.
“Nee, die jongens zijn gewoon een beetje aan het spelen. Dat is niet onze doelgroep. Maar kijk, daar verderop. Dat sloepje met dat gezinnetje aan boord. Man en vrouw van in de dertig met twee jeugdige kindertjes. Die zien er toch reuze crimineel uit en niet zo sterk. Ik schat dat ze toch zeker met 6 km per uur door het water jakkeren. Die zullen we eens een lesje leren”, zei Jan-Jaap dapper.

Adjudant Watergeus dacht er het zijne van, maar aangezien Jan-Jaap net een rangetje hoger was, stuurde hij op het sloepje af.
“Halt, in naam der wet”, riep Jan-Jaap moedig. “Filmen Watergeus!”.
“Goedemiddag agent”, zei het gezinnetje vriendelijk.
“Ja, ja, nu net doen of er niets aan de hand is. Maar daar trappen wij niet in. Jullie staan onder arrest”, brulde Jan-Jaap. Hij begon er duidelijk plezier in te krijgen en zag al wat tranen in de oogjes van de kindertjes komen. Meer aanmoediging had hij niet nodig.
“Je kunt de gevangenisstraf afkopen door het betalen van een boete van 95 euro”, zei Jan-Jaap streng.
“Een boete waarvoor, agent?”, vroeg het gezinnetje.
“Omdat euh, omdat euh”, stotterde Jan-Jaap, “omdat ik een target heb. Nee ik bedoel, omdat je het dodemanskoord niet hebt omgedaan”.
“Maar agent. Ik heb net mijn vaarbewijs gehaald en het dodemanskoord is alleen verplicht voor snelle motorboten. En dit is geen snelle motorboot”, zei het gezinnetje.
“Wat”, brulde Jan-Jaap. “Heb jij je vaarbewijs? Nou dan zal het toch zeker wel een snelle motorboot moeten zijn. Anders ga je dat moeilijke examen toch niet doen!”
“95 euro boete en daarmee basta. En nu d’r uit, ik bedoel, uit mijn ogen”, zei Jan-Jaap stoer.

Bedroefd kwam het gezinnetje aan bij Opa Gerrit, van wie het bootje was.
“Hebben jullie het leuk gehad”, riep opa Gerrit al van verre.
“Nee”, huilden de kinderen. “Ik wil nooit meer varen”.

Enige tijd later kwam daadwerkelijk de bekeuring van 95 euro bij het gezinnetje binnen. Met de vaarwetten in het achterhoofd, werd bezwaar gemaakt tegen deze bekeuring dmv een vriendelijk briefje aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau. Deze instantie schreef echter terug dat bezwaar in eerste instantie moest worden aangetekend bij de agent die de bekeuring had uitgedeeld, dus bij Jan-Jaap. Dit werd herhaaldelijk geprobeerd, maar Jan-Jaap verscheen niet aan de telefoon. Daarop besloot Wouter, de jonge vader van het gedupeerde gezinnetje, een bezoek te brengen aan het bureau waar Jan-Jaap werkte. Gretta bleek inmiddels terug te zijn van vakantie.

“Goedemiddag mevrouw”, zei Wouter beleefd. “Ik wil graag Jan-Jaap de Haan even spreken”.
“Dat gaat zo maar niet”, zei Gretta streng. “Waar gaat het over?”
“Over een bekeuring op de Gouw”, zei Wouter bedremmeld.
“Heb je soms te hard gevaren?”, vroeg Gretta dreigend.
“Nou, ziet u, het is geen snelle motorboot”, antwoordde Wouter.
“DAT WAS DE VRAAG NIET”, brulde Gretta. Ze werkte nog pas enkele maanden bij de politie. Maar ze leerde blijkbaar snel.
 “Geef dat bezwaarschrift maar aan mij. Ik zorg wel dat het ter bestemder plaatse komt”, snauwde Gretta.
“En nu d’r uit”, beëindigde Gretta het gesprek.

Na verloop van enige weken kwam het verlossende bericht dat de boete was ingetrokken. En Anneke kon toch haar nieuwe LED TV kopen, want Jan-Jaap werd gepromoveerd tot strategisch adviseur bij de afdeling terrorismebestrijding. Eind goed, al goed.