Bezuinigen

Als ik hartkleppen of hoornvlies moet wegbrengen geeft me dat altijd een apart gevoel. Ik realiseer me dan namelijk dat de donor van deze lichaamsdelen niet vrolijk huppelend het ziekenhuis zal hebben verlaten. Daar staat tegenover dat iemand anders die kans dan weer wel heeft. Met kloppende klepjes en/of heldere blik.

Vandaag moest ik iets niet-organisch ophalen en naar het AMC in Amsterdam brengen. Het betrof een klein onderdeel voor een machine en moest worden opgehaald bij de leverancier van apparaten waarmee in het binnenste van de mens ‘gekeken’ kan worden. Meer in het bijzonder betrof het hier de door vele vrouwen gehate machine voor borstonderzoek, de zg ‘pletmachine’. Om veiligheidsredenen zal ik daarom de naam en het adres van de leverancier hier niet vermelden.

Aangekomen bij het AMC belde ik de monteur aan wie ik het pakje moest overhandigen om af te spreken waar de overdracht het beste plaats kon vinden. Na een verwarrende gespreksfase waarin we voornamelijk langs elkaar heen praatten, bleek dat de monteur zich niet in het AMC, maar in het VUMC bevond (toch twee letters hetzelfde, dus bijna goed).

Nadat hij bij dat ziekenhuis het pakketje in ontvangst had genomen werd ik gebeld door ‘planning’. Of ik nog even ‘iets’ wilde ophalen bij een museum. Een museum zonder haarspatie in haar naam en zonder infantiele uitlegbordjes. Het betrof een pakketje van 110x90x4 cm. Deze opdracht maakte me nieuwsgierig. Nu eens niet iets lichamelijks maar iets ‘voor de geest’. Tenslotte heb je beide nodig om te kunnen genezen.

Aangekomen bij het museum werd ik ontvangen door een aardige dame. Ze keek alleen wat meewarig naar mijn Opeltje.

“Dat gaat niet lukken”, zei ze.

“Tuurlijk wel”, reageerde ik, “Met de achterbank neergeklapt kan er makkelijk een pakketje van het opgegeven formaat in”.

“Ja, maar het is er niet één, het zijn er tien”, reageerde ze.

Ze nam me mee naar een hokje waar tien schilderijen stonden. Allemaal datzelfde formaat. Samen liepen we met één schilderij en een rolmaat naar mijn auto. Daar bleek dat het schilderij liggend precies paste en de rolmaat wees uit dat een stapel van tien stuks ook in de hoogte er prima in zouden kunnen.

“Zijn dit eigenlijk kostbare stukken?”, vroeg ik.

“Nou, valt wel mee. Ze hebben een verzekeringswaarde van 10.000 euro. Per stuk”, zei de dame.

“Tsja, als u dan zorgt dat ze stootvast worden ingepakt, dan overleg ik even met mijn afdeling Planning over de verzekering van dit transport”.

“Oh, maar zo veel inpakmateriaal heb ik niet. Dan zal ik ook maar even bellen met de kunstenares”, kwam er beteuterd uit.

Planning: “WAAAT, tien stuks? WAAAT, 100.000 euro? Dat neem je zo niet mee hoor. Niet doen!”

Na nog wat heen en weer getelefoneer met deze en gene werd me een lekker kopje koffie aangeboden met de mededeling dat ik ze inderdaad beter toch maar niet zo mee moest nemen.

Op weg naar de personeelsuitgang viel mijn oog op het beveiligingskastje aan de muur naast de deur. Daarnaast was de code opgeschreven om het alarm uit te zetten. Handig. Scheelt toch ongemakkelijke telefoontjes met het beveiligingsbedrijf en de daarop volgende factuur. Ook een museum moet tenslotte op de kleintjes letten.