Gallemiezen

Het stond naast het pad en leek een beetje op de wagen van Pipo en Mammaloe. We reden op onze gratis leenfietsen van Nationaal Park De Hoge Veluwe en stopten even om de wagen te bekijken. Op de zijkant stond “Aan het werk voor De Hoge Veluwe”. De gordijntjes voor het raampje waren dicht en van binnen kwamen zachte snurkgeluidjes.

Een half uurtje fietsen verderop stonden heel andere wagens. Niet van Pipo en Mammaloe, maar van een particulier bedrijf. De firmanaam stond op de zijkant zonder de mededeling dat er werd gewerkt. Dat hoefde ook niet, want i.p.v. snurkgeluidjes hoorden we het lawaai van grote machines. Ik herkende ze van een documentaire over een tropisch regenwoud in Zuid Amerika waar in een moordend tempo bomen op industriële wijze werden gekapt. Datzelfde leek ook hier te gebeuren. De machine greep een boom vast, zaagde hem bij de bodem af, draaide hem horizontaal, roetsjte de zijtakken er met grof geweld af, zaagde de overgebleven stam in gelijke delen en spuugde deze uit aan de zijkant. De stukken boomstam werden daarna in mooie, symmetrische stapels opgestapeld langs de kant van de weg om later, met vrachtwagens te worden afgevoerd. Misschien wel naar van die ‘duurzame, klimaatvriendelijke’ biomassa energiecentrales.

Ik heb er te weinig verstand van, maar het zag er uit alsof, onder het mom van ‘klimaat’ de Hoge Veluwe in snel tempo naar de gallemiezen werd geholpen.

Enige weken later, op weg naar Groningen, dachten we hier niet meer aan, maar keken onbekommerd naar de openheid en ruimte van de Friese meren en de groene weiden in het Groningse platteland.

“Wat glinstert het water in dat meer zeg”, zei ik, na een korte blik opzij.

“Nee hoor, dat is geen water. Het zijn zonnepanelen die op het wateroppervlak drijven”, kreeg ik als antwoord.

Grommend van frustratie trapte ik het gaspedaal wat verder in. Om vervolgens te zien dat er ook al zonnepanelen in weilanden waren gelegd. Ook hier leek, onder het mom van ‘klimaat’ de natuur vakkundig naar de gallemiezen geholpen te worden.

Gelukkig waren we er na een tijdje voorbij en konden we gaan genieten van de weidsheid van het Groningse land. Totdat tot mij doordrong dat er hard werd gewerkt om die weidsheid in te perken. Op gelijke afstand van elkaar werd over een afstand van vele kilometers de ene na de andere windmolen geplaatst. Sommigen waren al klaar, anderen werd nog aan gewerkt. Het materiaal hiervoor lag wel al in de weilanden. Losse delen van de mast en losse onderdelen voor de wieken. Bij het zien van de grote aantallen windmolens sloeg de angst me om het hart. Hoeveel vogels zou dit het leven gaan kosten (zeg maar ‘dag’ met je lange snavel Gruttootje)?
Ook hier leek het dat onder het mom van ‘klimaat’ de natuur naar de gallemiezen werd geholpen.

Misschien is het eigenlijk wel goed dat de mens de natuur de vernieling in helpt, want uiteindelijk neemt diezelfde natuur het dan wel over en komt het vanzelf wel goed. Niet voor de mens natuurlijk, want die wordt dan door diezelfde natuur wel naar de gallemiezen geholpen.

Maar voor het zo ver is verheug ik me op de parlementaire enquête die moet onderzoeken wie hier verantwoordelijk voor is en wie hier heel veel geld mee heeft verdiend. Want een andere reden voor dit menselijk handelen kan ik eigenlijk niet bedenken.