De voordeurbel ging. Dr. Boerop stond voor de deur. Na een slopend traject van operaties en kuren bleek de kanker zodanig te zijn teruggekomen dat er geen enkele kans op herstel meer mogelijk was. En op haar uitdrukkelijke verzoek was Nannie in gesprek gegaan met haar arts en vervolgens met een scen arts om te komen tot dit moment. Euthanasie.
Dr. Boerop was een fantastische huisarts en een zeer empathisch mens. De manier waarop hij hulp bood tijdens het slopende ziekbed was voor Nannie en voor ons een grote steun geweest. Hij was bereid om euthanasie toe te passen, alleen wel onder de nadrukkelijke voorwaarde dat dit dan aan het einde van een werkdag moest gebeuren. Simpelweg omdat hij na zo’n handeling zelf niet meer in staat was om met zijn gewone werk verder te gaan die dag. En dus had Nannie de afspraak voor deze woensdag, 17.00 uur, gemaakt.
Dr. Boerop was wat stiller dan gewoonlijk. Maar toch liep hij resoluut naar de slaapkamer en ging op de rand van het bed zitten. Wij stonden rond het bed. Nannie keek naar ons en zag wat dit afscheid met ons deed. “Niet huilen hoor”, zei ze.
De dokter legde omstandig uit hoe de procedure in elkaar stak, welke handelingen hij zou gaan verrichten en wat zij zou voelen en wat niet. Hij eindigde zijn uitleg met de woorden “ik ben blij jou gekend te hebben”.
Vlak voordat de dokter een zwaar slaapmiddel zou injecteren keek Nannie ons aan. “Dag allemaal”, zei ze.
Het slaapmiddel werkte eigenlijk direct. En het zware spierverslappingsmiddel dat daarop volgde, deed de rest.
Een tijdje later, nadat de eerste emoties enigszins tot bedaren waren gekomen, zaten we in de huiskamer. En weer ging toen de deurbel. “Dat zal de lijkschouwer zijn”, zei de dokter. “Die komt controleren of de euthanasie volgens de regels is uitgevoerd”.
Ik liep naar de voordeur en deed de deur open. Daar stond Zorro en mijn eerste impuls was om de voordeur weer dicht te gooien. Hij had een zwarte hoed op en droeg een zwarte cape. “Hallootjes”, riep hij vrolijk. “Daar ben ik dan”. En met theatrale passen, de cape achter hem aan fladderend, liep hij naar de huiskamer. Hij herkende dr. Boerop meteen en begon enthousiast tegen hem te praten. “God man, hoe is het, wil je niet wat bijverdienen? Lijkschouwer kun je er gewoon naast doen hoor. En het betaalt goed!”. Zowel dr. Boerop als de rest van ons gezelschap, wisten met de situatie niet goed raad. We konden ook geen zinnige reactie geven.
Zorro liep voor de vorm even de slaapkamer in waar Nannie lag. Maar hij was binnen een paar seconden weer terug. “Netjes gewerkt hoor Boerop”, zei hij. Hoewel hij onmogelijk ook maar iets onderzocht zou kunnen hebben.
Om te voorkomen dat we nog langer deze ongelikte beer zouden moeten verdragen vroeg ik hem of hij klaar was met zijn werk. “Dat zei ik toch, Boerop heeft netjes gewerkt”, was zijn antwoord.
“Wilt u dan ons huis nú verlaten. Wij willen namelijk alleen zijn. We zijn in rouw”, zei ik.
Enigszins gepikeerd draaide hij rond op de hakken van zijn laarzen en fladderde naar de voordeur. Ons totaal perplex achterlatend.