De inkt van mijn motorrijbewijs was nog nat. En ik rookte nog. De vlucht van Schiphol naar Los Angeles duurde zo’n 11 uur, ruim. En al die tijd niet roken. Vervolgens niet roken op LAX, niet roken tijdens de transfer, niet roken in het hotel. En ook na een korte nacht, niet roken bij het motorverhuurbedrijf waar we onze motoren in ontvangst gingen nemen.
Daar bleek het gebruikelijk dat iedere huurder zijn motor even ging uitproberen alvorens voor ontvangst te tekenen. Trillend van de stress door al dat nicotinegebrek stapte ook ik op een motor. En met een hoofd vol peuken die ik niet kon opsteken dacht ik onvoldoende na alvorens gas te geven. Hoe moeilijk kon het zijn dacht ik: rechts, rechts, rechts en je bent weer terug op je startpunt.
Maar ik had geen rekening gehouden met eenrichtingverkeerstraten. En zo kon het gebeuren dat ik volledig verdwaalde in dat drukke, grote en bloedhete Los Angeles. Niéts had ik bij me. Geen portemonnee, geen telefoon, geen paspoort, geen naam en adres van de verhuurder. Helemaal niets. Zelfs geen sigaretten.
Aan de kant van de weg stopte ik even om te zien of iemand een ‘motorcyclerentalcompany’ kende. Maar nee, dat was helaas niet het geval. Op goed geluk toerde ik door het drukke verkeer. En gelukkig had ik mazzel en kwam uiteindelijk toch terug bij het verhuurbedrijf.
Mijn medereizigers waren niet blij met me. Zij hadden voor Jan-met-de-korte-achternaam staan wachten. En dus kon ik wéér niet roken, maar gingen we meteen door voor de start van wat een geweldige motorrondrit door drie staten van de USA zou worden.
Pas bij de eerste stop in een ‘desert’ buiten Los Angeles was er tijd voor een sigaret die ik gretig heb opgestoken