Laadstress

Onder het mom van “kijk eens hoe goed ik om het klimaat denk” proberen nog zo veel mogelijk zakelijke leaserijders de zakken te vullen door voor het nieuwe jaar over te stappen op een elektrische auto. De Tesla’s (veel model 3’s) zijn niet aan te slepen en gaan soms met 800 per dag tegelijk richting hun van ongeduld trappelende nieuwe eigenaren. De aantallen zijn zo groot dat een nette aflevering met oog voor detail en respect voor de nieuwe bestuurders niet mogelijk is.

‘Kopje koffie?’, geen tijd.
‘Afleveren met een hoes over de auto en hem dan theatraal onthullen?’, geen tijd.
‘Bloemetje er bij, of een flesje wijn?’, geen tijd.
‘Vlekkeloos schoon afleveren?’, geen tijd.
‘Afleveren met volle tank (accu)?’, geen tijd.
‘Controle op beschadigingen voor aflevering?’, geen tijd.
‘Beetje uitleg hoe alles werkt?’, geen tijd.
Het zijn ook wel overdreven hoge verwachtingen voor een auto van soms rond een ton.

Die dag moest ik een Nissan Leaf van Groningen naar Hoorn brengen. De leasemaatschappij had de accu gelukkig redelijk opgeladen: 95%, wat volgens het systeem voldoende was om 365 km mee te kunnen rijden. Omdat de rit naar Hoorn 165 km lang was, zou bij aflevering er dus nog 200 km over moeten zijn. Wijs geworden door eerdere ervaringen besloot ik toch om me op de snelweg strikt aan de maximumsnelheden te houden waar het de 100 km betrof, maar die 100 ook aan te houden waar 130 km (nog) was toegestaan. Toen ik parkeerde voor het kantoor in Hoorn waar de nieuwe berijder werkzaam was, gaf het systeem aan dat de accu nog maar voor 17% was geladen en dat daar nog maar 51 km mee gereden kon worden. Tevens gaf de display met rode letters aan dat er opgeladen diende te worden. Maar ja, geen tijd.

Met een brede smile op z’n gezicht kwam de nieuwe eigenaar op de auto afgelopen. Als een kind zo blij met z’n nieuwe speeltje. Hij zag er uit als een heel precies ambtenaartje die een paar weken terug met de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst geen pakjesdag vierde, maar ‘afpakjesdag’. Nadat hij de buitenkant grondig had geïnspecteerd ging hij achter het stuur zitten.

‘Maar de accu is nog maar voor 17% vol. Met 51 km kan ik mijn huisadres niet eens halen’, klaagde hij direct.
‘Tsja, geen tijd’, luidde mijn antwoord.
Aan zijn gelaatsuitdrukking kon ik goed zien dat hij niet blij was.
‘Mijn vorige gesubsidieerde auto was een Outlander. Daar kon ik tenminste nog mee op benzine rijden als de accu leeg was. Maar nu kan ik geen kant op. Nou, zo neem ik de auto niet in ontvangst’, brieste hij.

‘Dat is goed mijnheer. Dan bel ik even met mijn opdrachtgever’, antwoordde ik.
‘En ik bel met de leasemaatschappij’, was zijn antwoord.
Aldus brachten wij een uur door met telefoneren, met elkaar praten en weer telefoneren. Uiteindelijk tekende de man voor ontvangst en kon ik weer huiswaarts met het altijd opgeladen OV.

Thuisgekomen zag ik dat er een mailtje was binnengekomen van een pensioenfonds waar we een klein pensioentje van ontvangen. Alsof we de hoofdprijs hadden gewonnen werd juichend aangekondigd dat dat kleine pensioentje met 0,48% (nul komma achtenveertig procent) zal worden verhoogd volgend jaar. En nu ben ik reuze benieuwd hoe dat netto uit gaat pakken. Wordt het volgend jaar daardoor voor ons de Tesla Model X, de Nissan Leaf of blijft het toch maar bij ons vertrouwde Opeltje op benzine?

Spannend!