Buckelpiste

“Volg mij, we nemen deze afdaling. Is super”, riep Linda.

Voordat ik het wist zette ze af en vloog naar beneden. Alle anderen van ons groepje volgden haar blindelings. Maar ik aarzelde. De ‘afdaling’ zoals Linda het noemde was namelijk off-piste. Los van het feit dat dat niet zo verstandig is, was ik niet zo’n geroutineerde skiër. Met andere woorden: “ik scheet zowat in mijn skibroek”.

Omdat in m’n eentje afdalen via veiliger pistes ook geen gezellig vooruitzicht was ging ik de groep toch maar achterna. Linda had niet gelogen: de afdaling was super. Maar in de verte zag ik de leden van de groep één voor één over een rand verdwijnen. Toen ik bij die rand aankwam bleek dat ik voor een V-vormige kloof stond. En de anderen stonden allemaal aan de andere kant op de rand. Roepend dat ik moest komen.

In mijn onervarenheid dacht ik maar aan één ding, namelijk ‘snelheid’. Ik stortte mij naar beneden, ging door de knieën en deed de skistokken onder mijn armen. Sneller en sneller ging ik op weg naar het diepste punt van de kloof en daarna weer omhoog naar de rand waar de groep mij aanwijzingen stond toe te schreeuwen.

Bij de rand aangekomen was mijn snelheid nog steeds hoog. Erg hoog. En dus suisde ik de lucht in als ware ik Baron von Münchhausen op een kanonskogel. Alleen dan niet stil zittend, maar heftig zwaaiend met armen en benen.

Vanuit mijn hoge positie zag ik twee intimiderend dingen. Op de eerste plaats zag ik dat mijn landingsplek midden op de buckelpiste zou zijn. En op de tweede plaats zag ik dat er, onderaan die buckelpiste een heel groot terras was dat helemaal vol zat met skiërs met donkere zonnebrillen op en een lekker glaasje voor zich. Allemaal met het gezicht gericht op die buckelpiste.

Met een klap kwam ik neer. Weliswaar op mijn ski’s, wat ik al een hele prestatie vond, maar nog steeds met te hoge snelheid. Dus suisde ik door over de buckels. Natuurlijk duurde dat niet lang en belandde ik uiteindelijk met mijn snufferd in de sneeuw.

Alsof het afgesproken was stond het gehele publiek van het terras op en bracht mij een staande ovatie. Ze hadden genoten. Zij wel.