Wespennest

Tijdens onze vakantie vond een wespenkoningin onze schuur zo’n lekker rustig plekje dat ze er een nest had gebouwd. Het was een erg mooi nest. Grijs met wat strepen en prachtig rond. Onderin zat een gaatje, maar omdat er binnen geen licht brandde kon ik er niet in kijken.

Wespen vallen bij mij in de categorie ‘reuzenduizendpoot’, oftewel niet lief (zie https://www.polarsteps.com/GerritSonius/4938633-gialova-peloponnesos/40322522-mini-market). Ik vind alles best van ze, maar not in my back barn. Alleen, hoe krijg je dat weg? Links en rechts bracht ik het onderwerp ter sprake. Mijn hoop dat iemand zou zeggen “dat haal ik wel even weg voor je”, werd echter niet bewaarheid. Ik zou het zelf moeten doen.

‘Morgen’, dacht ik. Maar ‘morgen’ werd ‘overmorgen’. En die dag had ik het ‘te druk’, dus weer ‘morgen’.
Tot vandaag. Vandaag moest het gebeuren. Vandaag was morgen.

Misschien toch eerst nog even de tuin water geven?
En natuurlijk eerst ook nog even een kopje koffie.
En, oh ja, maandag is mijn eerst werkdag als ‘medisch koerier’ en dan is een volle tank ook wel handig.
Dus eerst nog maar even tanken dan.

Zo kwam het dat ik bij een onbemand tankstation stond dat op deze dag in de week altijd een kortingsactie heeft. Dat is bij velen bekend, zodat er bij de zes pompen zes rijen auto’s stonden. De bedoeling is dat je je auto naast de pomp zet, je betaalkaart in een automaatje stopt (daar zijn er twee van voor zes pompen), op het schermpje je brandstofkeuze aanvinkt, bij welke pomp je dat wilt tanken en tot slot je pincode intoetst. En tanken maar.

Ik stond in rij 4 en was bijna aan de beurt. Een mevrouw uit de rij voor pomp 3 dacht tijdwinst te kunnen boeken door alvast haar betaalkaart in de automaat te stoppen en haar keuzes in te typen. Maar dat gaat natuurlijk niet samen met een ander die al staat te tanken aan diezelfde pomp.

Ik zette mijn auto naast pomp 4 en ging achter die mevrouw bij de betaalautomaat staan. Zij probeerde nog steeds verwoed haar kaart op allerlei manieren er in te stoppen. Ik keek over haar schouder mee en zei “dat kan het systeem niet aan mevrouw, die mijnheer voor u is nog aan het tanken en u kunt pas als hij klaar is”.
“Ja, maar hij is zo klaar”, reageerde ze.
En ze wilde niet weg. Ze bleef doorgaan met op het schermpje tikken en haar kaart in en uit schuiven. Een groeiende en morrende rij mensen achter zich.

Ik had snel door dat mevrouw niet voor rede vatbaar was en liep naar de andere betaalautomaat. Daar toetste ik alles in, tankte mijn tank vol en wilde nog even een bon. Voor zo’n bon moet je weer in de rij bij dezelfde betaalautomaat en de mijnheer die met zijn auto achter mij stond vroeg of ik dan mijn auto alvast een stukje naar voren wilde zetten, zodat hij naast de pomp kon gaan staan.
Dat deed ik.
Bij de betaalautomaat stond hij voor me en toen hij klaar was met de formaliteiten liep hij naar zijn auto om daadwerkelijk te gaan tanken. Kijkend op het scherm zag ik de mededeling dat hij nu voor max 300 euro mocht tanken bij pomp 3.
Ik toetste mijn bonnetjeswens in en nam het mee.

Lopend langs die mijnheer zei hij “wat een gedoe, nu doet de pomp het ook al niet”.
“Ja, maar zou het misschien kunnen dat u pomp 3 heeft ingetoetst?”, antwoordde ik voorzichtig.
“Ja, dat heb ik”, antwoordde hij.
“Nou u staat bij pomp 4, dus dat verklaart een hoop”.

Bij pomp 3 stond ondertussen een mijnheer vrolijk zijn tank vol te gooien op kosten van die mijnheer bij pomp 4.
“Oh God, hoe los ik dit nu weer op”, hoorde ik hem kreunen.

De file voor het tankstation was inmiddels aangegroeid tot op de rondweg.

Al die tijd had ik geen moment aan het wespennest gedacht. Thuis gekomen weer wel natuurlijk.
“Zullen we eerst nog maar even lunchen?”

Maar daarna moest het toch echt gebeuren. Vandaag was morgen tenslotte. Lange broek aan, sokken over de pijpen, jas met lange mouwen aan, grote ovenhandschoenen aan, vakantiehoed met brede rand op en daarover horrengaas van de Action, diverse gereedschappen onder handbereik en een emmer kokend heet water.

Het was een beetje een anticlimax, want de koningin was niet thuis.
Maar ‘better safe than sorry’.
Wel zat het nest vol met eitjes.

Blij dat die niet meer in de schuur uit kunnen komen.