Gewoontegetrouw arriveren we tegen 12.00 uur bij het zwembad. Er staat een lange rij bij de kassa. De caissière laat niemand binnen vóór 12.00 uur. Geen minuut eerder.
Na het kassaoponthoud snel de kleedruimte voor heren in, kleren uit/zwembroek aan en onder de douche. Tegen 12.15 uur kan het baantjeszwemmen voor ons beginnen.
Om ongeveer 12.30 begint de tribune vol te stromen met kinderen met een beperking. Het is een vrolijke boel. Ze hebben er zin in. Alleen, onder de baantjeszwemmers bemerk ik toch wat onrust:
Henk: “Vorige keer was het zo’n bende in de kleedruimte. Ze houden nergens rekening mee. Het leek of er een bom ontploft was”.
Hans: “Overal lagen kledingstukken, en de remsporen in onderbroeken die aan de haakjes hingen leken wel die van een vrachtwagen”.
Ruud: “Ik had zo’n vieze onderbroek met poepresten op mijn kleding hangen”.
Pieter: “Mijn sokken had ik in mijn schoenen gedaan, maar die waren er uit gehaald en op de natte vloer gegooid”.
Ivo: “Wat denk je? Vorige week stond ik in mijn blote kont in de herenkleedkamer en toen kwam er ineens een vrouwelijke begeleider van de groep kinderen binnen. Ze wilde even kijken of er nog achtergebleven kinderen waren. Moeten wij eens proberen bij de dames…“
Omdat dit ook mijn ervaringen zijn en er al een rij kinderen naast het zwembad stond, besloot ik om 12.45 het bad maar te verlaten. Het uur baantjeszwemmen daarmee reducerend tot een half uur.
Bij de douches moest ik wachten. Ze waren in gebruik door een paar kindertjes.
In de herenkleedkamer kwam er weer een vrouwelijke begeleider om de hoek kijken. “Zijn er nog mannen? Oh, een paar maar. Kom maar binnen jongens.” En ze stapte zonder te groeten met een aantal jongetjes de herenkleedkamer binnen.
Gestressed ging ik naar huis. Hoezo is sporten gezond?