De verzamelnaam voor software die alle functies van een bedrijf ondersteunt is ‘(e-)business suite’. Vaak betreft dit zeer complexe software met een enorme samenhang. Inkoop, opslag en distributie hangen bijv. nauw samen met debiteuren/crediteuren, maar ook met boekhouding, etc. En vaak leidt die complexiteit en het voortdurend sleutelen aan software tot vermindering van overzicht over de materie en uiteindelijk tot angst om ook nog maar iets te veranderen. Met minder kennis omtrent de samenhang ontstaat de situatie dat als men links op een plekje drukt er rechts een staafdiagrammetje omhoog schiet.
Het grote concern had landelijk in iedere provincie een administratie die gebruik maakte van de e-business suite. Honderden mensen rammelden dagelijks gegevens in in het systeem. Maar opschonen van oude gegevens, daar bestond een enorme angst voor. En zo kwam het dat het leveranciersbestand was uitgegroeid tot bijna 500.000 leveranciers en dat zorgde voor traagheid in de processen waarbij dat bestand betrokken was.
Wat doe je als verantwoordelijk manager in loondienst als je bang bent voor de consequenties van mislukking? Dan huur je natuurlijk een buitenstaander in die je de schuld kunt geven. En die buitenstaander was ik. In tegenstelling tot nu was ik in die tijd totaal niet bang. Toen had ik de instelling van Pippi Langkous en ging uit van ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’.
Ik bedacht een plan van aanpak en stelde een team samen om dit plan uit te voeren. Eén van de teamleden was Jeannette. Zij was een bescheiden vrouw, moeder van twee en werkte parttime als programmeur. En dat parttime werken deed ze ook nog voor een groot deel van huis uit.
Ik kende haar goed. Ze was één van de beste programmeurs die ik ooit ontmoet had. En haar bescheidenheid was volkomen misplaatst. Naast programmeur was ze een echte multi-tasker. We belden met grote regelmaat met elkaar en als ik soms wat lang moest wachten voordat ze de telefoon op nam zei ze dingen als ‘ja sorry, maar ik moest even een wasje draaien’, om vervolgens in één adem door op hoog niveau met mij over ‘bitjes en bytejes’ te overleggen.
De gebouwde software die de gegevensbestanden moesten opschonen werd uiteraard eerst uitgeprobeerd in een testomgeving. Hiertoe kopieerde Jeannette de echte productiebestanden daar naartoe. We deden ons ding en checkten uitgebreid of alle andere processen correct konden worden uitgevoerd na de schoning. En toen was gebleken dat alles goed ging werd afgesproken wanneer we het in de echte productieomgeving zouden gaan uitvoeren.
Iedereen hield op het ‘moment suprême’ de adem in. Maar gelukkig ging alles goed. Het verwerkingsverslag waarop alle verwijderde leveranciers stonden, heb ik laten uitprinten. Met twee steekwagens liet ik dat bezorgen bij de manager die mijn opdrachtgever was. Metershoge stapels papier stonden in zijn kamer toen hij binnenkwam. Al was het een geintje van me, hij was er van onder de indruk en gaf me een nieuwe opdracht.
Voordat ik aan die nieuwe opdracht begon evalueerde ik voor mezelf het afgelegde traject. Waar ging het goed, waar zou het beter hebben gekund? Het is altijd goed om terug te kijken en te leren van eventuele fouten. Bij die evaluatie ontdekte ik één fout. Een fout die Jeannette had gemaakt. Een fout die ontstaan was door de kopieerslagen van productie naar test. Een fout die er voor had gezorgd dat op het ‘moment suprême’ er niet rechtstreeks met het productie-leveranciersbestand was gewerkt maar met een kopie-bestand van een paar weken oud. En dat bewerkte kopie-bestand was uiteindelijk in de productieomgeving geplaatst. Er moeten dus veel meer gegevens zijn verdwenen dan de bedoeling was. Maar niemand van het management klaagde, niemand van de afdelingschefjes klaagde, en niemand van de afdelingsmedewerkers klaagde. Dus klaagde ik ook niet en zei er niets over. Ook niet tegen Jeannette. Want een keigoede programmeur die één foutje maakt blijft een keigoede programmeur.