Bij toeval vond ik een viertal medailles terug. Eén van de Bannetocht, 15 km, één van de Eilandspoldertocht, 35 km, één van de Westfrieslandtocht, 75 km en één van de Molen- en merentocht, 80 km. Ik moet er meer hebben, want ik schaatste veel vroeger. Toen er nog echte winters waren.
Van de meeste van die schaatstochten herinner ik me niet veel. Ze verliepen volgens een vast patroon: eerst er stevig tegenaan, in de buitenlucht, op natuurijs en tot slot voldaan napraten in de kroeg met bier en Jägermeister of Berenburg.
Maar één tocht verliep anders dan de rest, en dat was de Westfrieslandtocht van 75 km. Ik had mijn stalen Noren (hoog model) speciaal laten slijpen voor de tocht. Ik vermoed dat dat tegenwoordig verbeterd is, maar toen moest je, na het slijpen, de schaatsen nog ‘inrijden’. De ‘bramen’ er af rijden. Het schaatsen ging dan een beetje moeizamer bij de start maar verbeterde gaandeweg. Normaal gesproken dan. Maar die dag van de Westfrieslandtocht was de start met mijn pasgeslepen schaatsen extreem moeilijk. Ik kon nauwelijks afzetten en gleed steeds weg. Het groepje waar ik de tocht mee reed kon ik met geen mogelijkheid bijhouden.
‘Kom op man, schaats eens een beetje door’, zei medeschaatser 1.
‘Jezus man, wat is er met jou?’, zei medeschaatser 2.
‘Ik heb geen zin om de hele tijd op je te moeten wachten hoor’, zei medeschaatser 3.
‘Ja maar, jongens, er is iets met mijn schaatsen’, zei ik.
‘Natuurlijk, dat zeggen ze allemaal. Zeker laat geworden gisteravond?’, werd er dan gereageerd.
En ik maar krabbelen. Als een beginner die zijn stoel kwijt is.
75 lange kilometers is dat zo doorgegaan. Ik ontdekte spieren in mijn benen die ik nog nooit eerder had gevoeld. En maar glijden, en maar krabbelen. Uren achter elkaar. Zweet op mijn voorhoofd, op mijn rug en in mijn bilnaad.
Volledig gesloopt ben ik toch gefinisht. Maar van de tocht zelf weet ik niets meer. Was het mooi weer? Was het een mooie route? Zijn we als groepje gefinisht of ben ik de rest kwijtgeraakt en strompelde ik alleen over de meet? Ik heb het allemaal verdrongen.
Wel weet ik nog dat ik uiteindelijk één van mijn medeschaatsers bereid heb gevonden om mijn schaatsen eens te proberen. Zijn reactie na een paar meter: ‘Jezus man, die schaatsen zijn verkeerdom geslepen’.
Geen idee wat dat precies betekende, maar op de medaille van de Westfrieslandtocht van 75 km ben ik het meest trots 🙂