De middelbare school was van christelijke huize. Logisch dus dat er ook een vak ‘godsdienst’ in het rooster voorkwam.
De godsdienstles werd door ons, de leerlingen, gebruikt om alvast het huiswerk voor de volgende dag te maken. En dan bedoel ik niet godsdiensthuiswerk, maar wiskunde, of Frans, of wat dan ook. De godsdienstleraar draaide monotoon zijn verhaaltje af en leek zich niet te storen aan het feit dat niemand echt luisterde. Hij deed gewoon zijn werk en wij het onze. Iedereen tevreden. Maar dat veranderde toen hij stopte met lesgeven en werd opgevolgd door een kleine dikke kale man. Zie de tekening hieronder:

Deze nieuwe verbood ons om huiswerk voor andere vakken te maken en vond dat we naar hem moesten luisteren. Helaas had hij van onze lieve heer niet echt de gave van het woord gekregen. Om het eufemistisch te zeggen: we hingen niet aan zijn lippen. In het begin hield hij ons nog wel onder de duim door flink te razen en te tieren als we te onrustig waren. Maar alles went. Zelfs een bulderende godsdienstleraar. Geleidelijk aan verwierf hij daarom de bijnaam ‘Bulletje’.
In die tijd was er een kinderprogramma op de televisie met de naam ‘Swiebertje’. Een succesvol programma dat zo’n twintig jaar te zien is geweest. De intro begon met een kinderkoor dat begeleid werd door o.a. een mondharmonica. De tekst die gezongen werd luidde ‘Daar komt Swiebertje, rare Swiebertje, onze Swieber met zijn ingedeukte hoed, daar komt Swiebertje, rare Swiebertje, onze Swieber die steeds malle dingen doet’.
Omdat de relatie tussen de klas en Bulletje steeds slechter werd, werd zijn getier en geschreeuw steeds harder. Zodanig dat de voltallige klas meende in het tegenoffensief te moeten gaan. We maakten daarom een tekst op de muziek van Swiebertje. En op het moment dat Bulletje weer eens flink tekeer ging telde iemand uit de klas af en klonk uit tientallen ‘lieftallige’ kinderkeeltjes:
“Daar komt Bulletje
Rare Bulletje
Dikke Bul met zijn uitgestreken snoet
Daar komt Bulletje
Rare Bulletje
Dikke Bul die steeds malle dingen doet
Ik hou van lekker schreeuwen
Liefst in een volle klas
En als ik dan weer bulder
Dan ben ik in m’n sas”
Hierna werd het doodstil in de klas. Zelfs Bulletje zei geen woord meer. Hij pakte zijn tas en jas, deed de deur open en verdween. We hebben hem nooit meer terug gezien.
Achteraf denk ik dat er geen beter bewijs is van het nog onvolgroeid zijn van het puberbrein. Want wat waren we bij de godsdienstles ontzettende meedogenloze etterbakken.