Poolse landdag

Een jongedame had me de spreekkamer in geroepen. Het was haar taak om vooraf vast te leggen waaruit mijn klachten bestonden, zodat de dermatoloog straks in één oogopslag geïnformeerd zou zijn en zo efficiënt mogelijk aan de slag kon gaan.

Ze controleerde mijn gegevens die op het beeldscherm werden getoond en vroeg me naar de aard van mijn klachten. Deze betroffen een stukje huid van een deel van het lichaam waar ooit op een zonnig strand de zon wel eens heeft geschenen, maar normaliter daar niet schijnt. Nadat ze alles in het systeem had ingevoerd beëindigde ze de sessie met de vraag of ik er bezwaar tegen had als er een stagiair bij het verdere onderzoek aanwezig zou zijn. Nou stam ik uit de tijd dat bij het gezamenlijk douchen na het sporten de onderbroek nog werd uitgedaan, dus zei ik daar geen bezwaar tegen te hebben.

Enige minuten later zwaaide de deur open en kwam de dermatoloog binnen. In zijn kielzog liepen twee jonge vrouwen die zich voorstelden als stagiaires en een derde dame die zijn assistente was. Samen met de al aanwezige assistente stonden er één man en vier vrouwen om mij heen.

“Nou, laat u de broek maar even zakken”, zei de dermatoloog, “en gaat u maar even op de behandeltafel liggen”.

Hij onderzocht me grondig en de stagiaires keken geïnteresseerd mee.

“Het lijkt me verstandig om even een biopt af te nemen en dat in het laboratorium te laten onderzoeken. Ik kan dat meteen wel even doen”, zei hij.

Ik moest even slikken, maar ‘wat moet dat moet’.

“Eerst zal ik u plaatselijk verdoven, dan neem ik het biopt af en dan moet ik ook nog even hechten met een paar steekjes, want het wil daar nogal eens flink bloeden”, vervolgde hij.

De assistente kwam met een schaal waarop de injectiespuit lag. Maatje olifant. En, hoewel ik me schrap zette voor de injectie, sneed het toedienen me toch abrupt de adem af.

“Rustig blijven doorademen”, zei één van de stagiaires. En dat leek me een prima advies. Die komt er wel.

Voor de afhechting had hij een snel oplosbare hechtdraad nodig en daarvoor moest zijn assistente even de kamer uit. Ze liet de deur achter zich open staan. Door die deur kwam een karretje de kamer binnengereden.

“Wil er iemand misschien iets drinken?”, riep de achter het karretje lopende vrijwilligster luid.

En zo werd het, op deze Poolse landdag, toch nog gezellig.