Hoe we de koude oorlog wonnen

Okay mannûûh, luistûrûûûh”, riep de Ritmeester.

Dit is het nieuwste wapen tegen het rode gevaar. Ik draag het bij deze over aan de Kornet.

Plaats van handeling: Seedorf, Duitsland. Ik heb mijn militaire dienstplicht vervuld bij de Cavalerie en was daar gelegerd. Cavalerie was heel vroeger “iets met paarden” maar later, in mijn tijd, “iets met tanks”. Mijn rang was de laagst mogelijke: huzaar. Meer ambitie voor mijn militaire carrière had ik ook niet. Ik maakte deel  uit van een team bestaande uit zes man. Ons voertuig was een M113 rupsvoertuig. Onze groepscommandant was bovengenoemde Kornet. Dit is de laagste officiersrang bij de Cavalerie. Verder hadden we een chauffeur voor die M113 en een schutter die een .50 mitrailleur bediende. De rest van ons groepje bestond uit twee andere huzaren en ik. Wij moesten dat “nieuwste wapen tegen het rode gevaar” bedienen.

Dat nieuwste wapen leek op een draagbare radar. Een soort satellietschotel op een driepoot, met een zware accu en een apparaat met interessante draaiknopjes. Hiermee was een koptelefoon verbonden. De schotel werd in een bepaalde richting gedraaid en zond (onhoorbare) geluidsgolven uit. Deze botsten dan op bewegende objecten en kaatsten terug. In de koptelefoon gaf dat een bepaald geluidje. En dat geluidje werden wij dan geacht te herkennen. Wekenlang hadden we hierop geoefend. Gewoon in een klaslokaaltje, met een cassette recordertje waarop de geluidjes waren opgenomen:

Hoog tempo, hoge toon: “piep piep piep” = rennende hond;

Langzamer, middentoon: “piep piep piep” = lopende man;

Aanhoudend, lage toon: “piep piep piep” = peloton militairen;

Dreigende bromtoon: “brommerdebrom” = tank.

Enzovoort. En geloof me: we hebben dit echt heel serieus zitten oefenen.

Het instrument was ontwikkeld door de Israëliërs en werkte, volgens zeggen, uitstekend in open terrein zoals bijvoorbeeld een woestijn.

Na al dat oefenen brak al spoedig het moment aan om het in de praktijk te brengen. De heren officieren hadden een “leuke” oorlog bedacht: de blauwen tegen de roden. Naast deze “leuke” oefenoorlog waren er ook “intelligente” strategieën. En die moesten we gewoon uitvoeren. Onze Kornet had daartoe een landkaart en coördinaten opgekregen. Op die plek moesten we het nieuwste wapen opstellen en van daaruit de rode opmars middels een veldtelefoon doorgeven aan het commandocentrum.

Zo gezegd, zo gedaan. Met z’n allen in de M113 en scheuren maar. Naar onze plek. Daar aangekomen bleek het midden in het bos, in zeer dichte begroeiing. En omdat het niet op prijs werd gesteld om in discussie te gaan, hebben we gewoon dat ding daar opgesteld. Vervolgens hadden we zeeën van tijd om lekker zware shaggies te draaien. Want veel was daar niet te horen met die koptelefoon. Hoewel…

Tringeling”, zei de veldtelefoon. Het commandocentrum: “Horen jullie al wat?

Onze Kornet begon een beetje te stotteren en vroeg het toen maar aan ons.

Ja hoor”, antwoordde ik. “Veel vallende bladeren en 1x een wild zwijn.

Fantastisch”, juichte de Ritmeester. “Ik wist niet dat die apparaten zo gevoelig waren.