In Rostock hadden we een geweldig hotel. Midden in het oude centrum. Onder het hotel was een parkeergarage, maar deze was niet alleen voor hotelgasten. We mochten er gebruik van maken tegen betaling van 10 euro per motor per dag. Inmiddels waren we met drie motoren. Die van Rob en Nora, van Megan en mij en nu hadden Lars en Amy zich bij ons gevoegd. Drie motoren passen op één parkeervak. En omdat we twee dagen zouden blijven zou dat parkeervak ons dus 60 euro gaan kosten. Dat vonden we toch wel een beetje te gortig. Dus hadden we ons eigen plan: “we activeren/betalen één parkeerkaartje en rijden bij vertrek met drie motoren gelijktijdig de parkeergarage uit”.
Zo gezegd, zo gedaan. Maar drie motoren met zijkoffers passen niet naast elkaar. Dus spraken we af dat ik links zou staan om het kaartje in de automaat te stoppen, rechts naast me Lars en half achter met het voorwiel tussen ons in Rob. De dames stonden buiten in afwachting van onze komst. Naast de slagboom was de portiersloge en daarin zat de parkeerwacht. Hij keek naar ons, wij keken naar hem. Brrrroem brrrroem. Kaartje er in en gas. Het leek goed te gaan, maar achter me hoorde ik een klap. En daarna de stem van Rob: “GOGOGOGO”. Buiten, om de hoek, stopten we. Rob had de slagboom op zijn helm gekregen. Vermoedelijk had de parkeerwacht ons plannetje doorzien en de slagboom zo snel mogelijk naar beneden laten komen.
De schade viel gelukkig mee. Stelletje bejaarde kwajongens. Maar wel 40 euro verdiend.
Verder ging het, langs de Oostzeekust. In Peenemünde maakten we een stop bij de restanten van de fabriek waar Hitler de V1 en V2 raketten bouwde. Dat is nu een museum. Vanwege de enorme hitte waren we zo’n beetje de enige bezoekers.
Duitsland uit, Polen in. In zowel Polen als de voormalige DDR zijn de wegen niet zo goed als in West-Duitsland. Veel kinderhoofdjesbestrating. Soms helemaal geen bestrating, soms een strook betonplaten van 50 tot 80 cm breed. Thuis had ik de routes uitgestippeld op mijn laptop en deze routes geladen op mijn navigatiesysteem. Alleen kleine weggetjes. Toen we de grens met Polen overgingen bleek mijn navigatie de kaart van Polen echter toch niet te bevatten. Verdomde lastig, want de Poolse taal is voor ons niet te lezen of te verstaan, dus zonder navigatiesysteem waren we hulpeloos. En daarom besloten we de “snelweg” naar Stettin te nemen om onder die stad langs weer Duitsland in te gaan.
Nou is “snelweg” een groot woord. Het was een vierbaansweg waar 110 km/u gereden mocht worden. De vluchtstrook was ongeveer één meter breed. In het gras daarnaast zaten vaak mensen op klapstoeltjes met potten honing e.d. voor de verkoop. En ook zagen we een leuke jonge vrouw, op hoge hakken, met een uitdagend laag decolleté en een mini minirokje. Ze stond naast een caravannetje, zwaaide uitbundig naar ons en nodigde uit om binnen te komen. We voelden ons erg welkom in Polen…