Marjolijn en ik hadden een motorongelukje gehad. We reden op een mini voorrangsrotonde en een bejaarde man dacht dat hij op de kegelbaan was en reed ons omver. Het ging allemaal niet hard, maar leuk is anders. Marjolijn moest voor controle toch even naar het ziekenhuis en daar werd een gekneusde rib geconstateerd. Maanden later had zij echter nog steeds pijn aan die rib en zij werd doorverwezen naar de pijnpoli. Daar zou een anesthesist een zenuwbaan uitschakelen d.m.v. een injectie in de rug. Eerst een tijdelijke proefprik, en die ging prima. Maar bleek inderdaad tijdelijk, want de pijn kwam weer terug. Dus ging zij voor de definitieve prik. En die ging faliekant fout. De dokter prikte ietsepietsie te ver en prikte haar rechterlong lek. De man reageerde erg goed, gaf zijn fout ruiterlijk toe, bood zijn excuses aan en was in zijn dienst en in zijn vrije tijd beschikbaar voor hulp aan Marjolijn. Door die houding hebben we het de man niet kwalijk genomen. Iedereen maakt wel eens een fout. Na een spoedopname mocht ze na een nachtje gelukkig weer naar huis.
Maar op vrijdag waren de klachten van Marjolijn eerder weer toe- dan afgenomen. Kortademig, pijn, hese stem, overmatig zweten, moe, brandend maagzuur, problemen met poepen. Kortom: helemaal top. Met het weekend voor de deur besloten we de longarts te bellen. Ik kreeg de assistente en, na uitdrukkelijk wijzen op de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis dat dit veroorzaakt heeft, ging ze met veel gesteun toch even in overleg met de arts. Ze kwam terug met de mededeling dat het ziekenhuis geen eerstelijns hulp biedt en dat Marjolijn zich tot de huisarts moest wenden.
“Maar mevrouw, de huisarts heeft de longfoto’s niet en kent de casus niet.”
Geen doorkomen aan, dus uiteindelijk de huisarts gebeld. En die zegt natuurlijk “ik heb de foto’s niet en ken de casus niet. Dit is specifiek iets voor het ziekenhuis.” Gevalletje van het kastje naar de muur.
Marjolijn is het weekend goed doorgekomen gelukkig. Maandag gebeld met de anesthesist die de problemen heeft veroorzaakt. Hij reageert vol begrip en biedt weer zijn excuses aan voor z’n fout en nu ook voor het feit dat het ziekenhuis zich de vrijdag daarvoor zo bureaucratisch opstelde. Alle problemen die Marjolijn heeft, kunnen volgens hem gerelateerd zijn aan die fout. Hij legt me omstandig uit wat er gebeurt bij het doorprikken van het vlies waar de long in zit en daarna de long zelf. De zenuwen die daarbij een rol spelen, het oprekken/inkrimpen van het vlies en de effecten daarvan. Hij stelt voor dat Marjolijn direct naar het ziekenhuis komt om nieuwe foto’s te laten maken. Omdat ze zich weer wat beter voelde, hebben we in overleg besloten dit niet te doen, maar de al gemaakte afspraken voor de dag daarna gewoon door te laten gaan.
Woensdag, 1 april, 10.50 uur foto maken, 11.30 longarts.
Om 10.40 staan we voor de slagboom van het parkeerterrein. Voor ons staat een medewerkster van het ziekenhuis en haar pasje doet het niet, de slagboom blijft dicht. Uitgebreid communiceert ze met de portier. Hij wil de slagboom niet opendoen, zij wil niet weg en blokkeert ons. Marjolijn stapt alvast maar uit om niet te laat te komen.
De foto’s worden redelijk snel gemaakt, zodat we al om 11.15 bij de longarts zijn. De foto’s zijn vanaf de werkplekken digitaal te bekijken op iedere plek in het ziekenhuis, dus we hebben alleen ons afsprakenbriefje. Bij de receptie van “cardiologie en longziekten” zitten zo’n vijf assistentes te geiten, want het is 1 april. Jaja, kikker in je bil. “Zo, u bent vroeg” zegt de dame die ons helpt. “Nou, een kwartiertje maar”, zeggen wij. “Nee hoor, u bent pas om 12.30 aan de beurt”, reageert ze verbaasd. Ze vergelijkt ons afsprakenbriefje met haar systeem en, verdomd, ze constateert een uur verschil. “Hebben we zeker een foutje gemaakt. Maar we zorgen wel dat u eerder wordt geholpen”, belooft ze tot onze opluchting. Om 12.45 zijn we eindelijk aan de beurt.
We hebben ons tijdens het wachten overigens wel vermaakt.
Komt een mijnheer met een lege rolstoel bij de balie en roept “mevrouw Schermer, hallo mevrouw Schermer”. Niemand reageert. De man blijft wachten en mompelt voor zich uit “misschien zit ze nog in een spreekkamer”. Na vijf minuten wordt het hem te gortig en probeert contact te krijgen met 1 van de geitende dames. “Mevrouw Schermer, ja die is wel geweest. Ik zal even bij de dokter vragen”. Deze komt de spreekkamer uit. “Het is een mijnheer”, zegt hij. “Nee hoor, het is een mevrouw” zegt de rolstoelmijnheer. “Ik dacht toch echt dat het een mijnheer was”, zegt de cardioloog. “Laten we de geboortedata even vergelijken: 15-3-1933” roept hij luidt. “Nee hoor, 12-1-1931”, brult de rolstoelmijnheer. Hoe dit is afgelopen weten we niet. De rolstoel ging leeg weer weg.
Ook leuk: de manager komt overleggen met de dames wie er hoe laat zal gaan lunchen. Hierover bestaat onenigheid. Ze willen allemaal op dezelfde tijd, of op een tijdstip dat dat werktechnisch niet goed uitkomt. Prachtig. Jammer dat er geen camera in de buurt was. Zou zo op tv kunnen.
Op zeker moment komt een arts uit zijn kamer. “Zo, dat was het weer”, zegt hij. “Nee hoor, u heeft nog twee patiënten”, zegt de assistente. “Oh, dan ga ik weer terug”, zegt de arts, en keert om. Proestend roept de assistente “1 april”!
“Zeg, Trudy, dat ECG van mevrouw Res zit niet bij de gegevens”, zegt een andere arts. Trudy zoekt wat op haar bureau en zegt “ik heb het ook niet”. “Nou, dan maar zonder”, zegt de arts en keert terug naar zijn spreekkamer.
De longarts van Marjolijn heeft zich grondig voorbereid: “Zo, dus u heeft een ongeluk gehad met de motor. Hoe gaat het nu?”. “Nee, daar kom ik niet voor. Dr. De Bie heeft een pijnblokkade willen zetten, maar heeft een foutje gemaakt en mijn long lek geprikt”, zegt Marjolijn. “Nou…, foutje. Dat is gewoon een complicatie, dat komt wel vaker voor bij pijnblokkades”, reageert de arts verdedigend. Hij is er inmiddels achter dat er een foto is gemaakt en probeert deze op zijn PC te vinden. Er zijn er gemaakt van de voorkant en van opzij. Hij kan ze eerst niet vinden, maar op een gegeven moment krijgen we de indruk dat er iets op zijn scherm gebeurt en we buigen beide over zijn bureau om het scherm te kunnen zien. Dat vindt hij niet zo leuk, want hij blijkt nogal stuntelig bezig. Er staat een popup schermpje over de longfoto en hij weet niet hoe dat weg te krijgen. Probeert met de muis dat schermpje over de foto te schuiven, zodat hij het onderliggende gedeelte kan zien. Waarschijnlijk omdat hij zich zijn gestuntel bewust is, probeert hij het scherm van ons af te draaien. Het scherm gaat op zwart. “Hè, hij doet het niet meer”, zegt de man. “Wat vervelend nou”. Blijkt hij bij het wegdraaien van het scherm per ongeluk de aan/uit schakelaar te hebben ingedrukt. Ik zoek ondertussen of er ergens een camera hangt. We verwachten dat ieder moment Frans Bauer kan binnenlopen, “1 april” roepend.
Uiteindelijk heeft hij het voor elkaar. De foto (één, een frontopname, hopelijk van de rechterlong, hopelijk van Marjolijn) staat op het scherm en nu mogen we het zien. “Ziet er goed uit, de lucht is weg”, zegt de arts. “U bent genezen”. “Ja, maar hoe zit het dan met al die klachten van me”, vraagt Marjolijn. “Tsja, dat weet ik ook niet”, zegt de man. “Zal wel een andere oorzaak hebben”, concludeert hij. “Gaat u maar naar uw huisarts”. Verbijsterd staren we de man aan. Wanneer wordt er nu eindelijk “1 april, kikker in je bil” geroepen? Ik probeer hem nog uit te leggen dat, wanneer je op maandag, om 14.50 een paar prikken krijgt, waarvan van één door de arts wordt toegegeven (en een foto dit ook aantoont) dat die te ver is uitgeschoten en er zich aansluitend klachten gaan voordoen, er toch met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een verband bestaat. “Nou, de klachten kunnen niet van de geperforeerde long komen. U moet toch maar een afspraak met uw huisarts maken”. “Bijvoorbeeld die hese stem. Dat kan niet. Nu ja, wel weer als er lucht tussen de beide longen zit, maar dan klinkt het niet hees”. Hij knijpt zijn neus dicht en laat met een piepstemmetje horen hoe het dan wel klinkt. Moet hij zelf erg om lachen. Goeie mop, voor 1 april.
De hoeveelheid stoom uit onze oren moeten de man nu toch gaan opvallen. “Weet u wat, we zullen dan toch maar een longfunctie onderzoek doen”, stelt hij voor. Met dit gegeven melden we ons weer bij de balie. “Die afdeling heeft het wel erg druk”, zegt de niet-lunchende dame. “U wordt voor een afspraak opgebeld, maar er is een wachtlijst van zeven weken”. Ook nu verwacht ik weer dat ze schaterend zal uitroepen “1 april”, maar dat doet ze helaas niet.
Gefrustreerd en murw verlaten we het pand.
In Frankrijk spreekt men van “Poisson d’Avril”. In Engelstalige landen wordt de dag “April Fools’ Day” genoemd, en de Russen hebben het over “День Дурака” (Den Doeraka, dag van de dommerik). In sommige Vlaamse streken spreekt men over “verzenderke(n)sdag”, de dag waarop je iedereen tracht ergens heen te zenden om ze beet te nemen.
We begrijpen nu waarom.