Ik herinner me de Nachtwacht als een mooi, erg groot schilderij. Rechthoekig, ‘landscape’. Maar nu het gerestaureerd wordt en ontdaan is van zijn lijst, lijkt het een bijna vierkant schilderij. De bovenkant van het schilderij is erg donker en toont kriskras tegen een muur geplaatste lansen. Het lijkt daardoor alsof op de achtergrond een bouwstelling in elkaar is gedonderd. Rondom het schilderij is een glazen huis neergezet, zodat het publiek kan meekijken met hetgeen de restaurateurs doen.
Op deze manier naar het schilderij kijken ontdeed het een beetje van de magie die het anders uitstraalt. Althans zo heb ik dat ervaren.
Na urenlang rondkijken in het Rijks besloten we om kunst te gaan kijken in de stations van de Noord-Zuidlijn van de Amsterdamse metro. Want die Rembrand kon er wat van, maar eigenlijk is die hele metro een fantastisch hedendaags kunstwerk.
Al dat kunst kijken maakte hongerig, zodat we via het Centraal Station op weg gingen naar de pont om af te sluiten met een sappige biefstuk bij Loetje aan het IJ. En daar, achter het verbouwde CS, dacht ik terug aan hoe het daar was, 30 jaar geleden. En aan een ‘schutter’ die weliswaar geen lans had, maar wel een pistool. Andere tijden, andere wapens.
Die moderne versie van de ‘schutter’ was onze oudste zoon. Dienstplichtig soldaat. Met de nadruk op ‘plicht’, want uit vrije wil zou hij nooit in het leger zijn gegaan. Met maten een biertje drinken was geen probleem. Maar nutteloze dingen op commando uitvoeren waren niet zijn cup of tea.
De pelotonscommandant had ontdekt dat hij zijn pistool onbeheerd in zijn tentje had laten liggen en had het er uit gehaald.
“Van wie is dit pistool”, brulde hij.
“Van mij”, brulde de moderne ‘schutter’ terug.
Inmiddels keek het hele kampement in de richting van de commandant met dat pistool in zijn hand. En dus wilde de man voor eens en voor altijd zijn autoriteit bevestigd hebben en de overtreder voor de troepen zwaar straffen. Hij gooide het pistool in een diepe modderplas en beval “ga liggen, tijger door die plas, haal dat pistool er uit en maak het grondig schoon”.
“Ja, bekijk het even. Tijger er zelf maar door. Jij hebt het in die plas gegooid, dus je haalt het er zelf maar weer uit ook”, luidde het antwoord van de moderne ‘schutter’.
En zo kwam het dat hij werd opgesloten. “Achter de wacht”, zoals dat heette.
Mijn ouders zouden een paar dagen later een klein feestje geven vanwege hun 45-jarig huwelijk. Ze dreigden hun kleinzoon daarbij te moeten missen vanwege die opsluiting. Ik belde daarom met de commandant in de hoop op wat clementie. En verdomd. De man gaf toestemming tot een dag verlof. Alleen moest de soldaat wel met de eerste trein van de dag na het feestje terugkeren naar de cel.
’s Morgens om een uur of zes bracht ik hem met de auto naar het CS. Aan de achterzijde heb ik hem af gezet. Waar het nu prachtig gerenoveerd is was het toen een Sodom en Gomorra van jewelste. Junks, alcoholisten, hoeren, daklozen. Eén grote vieze, stinkende kolerezooi.
Dat is dus een groot verschil met de huidige situatie. Alleen de moed van de ‘schutters’ van toen en nu is gelijk gebleven 🙂