Mieters

Om met de woorden van een door mij bewonderde schrijver te spreken: het was een mieterse dag. Dat kwam zo:

Zondagochtend, 08.30 uur. Mijn zwager stapt bij mij in de auto. We gaan op weg naar het startpunt van een prachtige wandeling. Tegelijk met hem komt er een enorme rooklucht de auto in. En meteen voel ik me heel erg blij worden. Blij, omdat ik de stank ruik, maar het zelf niet ben.

Kunnen we even langs de benzinepomp?” vraagt hij meteen. Ik kijk hem aan en zie een gespannen man. “Ik heb net m’n laatste shag opgerookt, dus ik heb niets meer”. En, pats, ik word nog blijer. Blij, omdat ik die stress herken, maar nooit meer hoef te voelen.

Wat een fantastisch begin van de dag. En met zo’n goed humeur wil ik voor hem best even omrijden. Uiteraard is het beter om te stoppen, maar hij vindt stoppen onzin. Moet iedereen zelf weten.

Aangekomen bij de benzinepomp blijkt deze op dit tijdstip op de zondagochtend nog gesloten te zijn. Nu slaat de paniek echt toe. “Shit, shit, shit, wat moet ik nu?” zegt hij. Nou weet ik ook een pomp langs de snelweg, dus stel ik voor daar nog even langs te rijden. “Graag”, zegt hij opgelucht. En inderdaad kon hij daar gelukkig scoren.

We verzamelen bij een Bakker Bart die al open is. Onze groep bestaat die dag uit 19 man/vrouw.  Van vier daarvan weet ik dat ze roken. Na een kop koffie zie ik dit viertal al snel, één voor één, naar buiten verdwijnen. Het regent ondertussen een beetje. Maar deze nattigheid weerhoudt een roker er niet van om op te steken. Ik bekijk het met plezier. Kan ik nóg blijer worden?

De wandeling is prachtig en gelukkig regent het verder niet meer.  Op ieder pauzemomentje zie ik vier mensen een sigaret opsteken. Ik zie ze “genieten”, maar ik geniet meer. Want ik ervaar geen enkele aandrang om mee te doen. Geen jaloezie, alleen blijheid dat ik niet meer wil.

Zoals ik al schreef: het was een mieterse dag.