Het mailtje bevatte de volgende inhoud:
“Voor een opdrachtgever zijn wij op zoek naar echte avonturiers. Onze opdrachtgever heeft gevraagd of we twee chauffeurs beschikbaar hebben om een nieuwe elektrische auto te testen. Zij willen de auto klaarstomen voor de Europese markt.
Wij zoeken twee chauffeurs die op zeer korte termijn voor een periode van één maand (u komt tussendoor niet thuis) door verschillende landen in Europa met de auto willen rijden. Hierbij wordt een route afgelegd waarbij dagelijks 8 (snel)laadpalen worden getest. Dit zijn onder andere landen zoals Duitsland, Frankrijk en Noorwegen.
De beloning voor dit werk bestaat uit: salaris voor gewerkte uren, overnachtingskosten en maaltijdvergoedingen. Anders dan bij de reguliere opdrachten waarbij u nooit een passagier mag meenemen, geldt hier dat u wel iemand mag meenemen.”
Caty deed haar paspoort alvast in haar tas terwijl ik mijn sollicitatie typte. Daar kreeg ik direct een antwoord op: “U behoort tot de eerste 40 aanmeldingen. We beraden ons intern, maar u hoort binnen een paar dagen meer”.
De volgende dag kwam er weer een mail: “Er hebben zich inmiddels meer dan 150 chauffeurs aangemeld. Meer aanmeldingen kunnen niet in behandeling genomen worden. Diegenen die zich al hebben aangemeld horen binnenkort meer”.
Omdat ik een paar dagen niets meer vernam stuurde ik een mailtje met de vraag of er “al nieuws” was. Hier kwam geen reactie op, zodat ik, weer een paar dagen later, opnieuw een mailtje stuurde waarin ik, in vriendelijke bewoordingen liet merken teleurgesteld te zijn in de plotselinge radiostilte. Ook hier kwam geen enkele reactie op. Wel ontving ik een “regulier” mailtje met de aankondiging dat het vrijdag een extra drukke dag zou worden en het verzoek om me toch vooral beschikbaar te houden voor ritopdrachten. Ik weet niet waarom, maar mijn motivatie was niet giga, dus heb ik me in het systeem op “niet beschikbaar” gezet.
Die mailtjes over komende drukke dagen ontvang ik wel vaker. En op één van die dagen had ik een afspraak staan. Ik zou in principe dus niet kunnen rijden. Maar behulpzaam als ik ben: ik zou die afspraak kunnen verzetten. Voor de zekerheid belde ik eerst maar even met de opdrachtgever om de situatie uit te leggen. Want stel je voor dat ik mijn afspraak verzet, en toch niet hoef te rijden. Dat zou toch balen zijn.
“Nou, als u uw afspraak zou willen verzetten, graag! Het is wel zeker dat we ritten voor u hebben”. Dus heb ik die afspraak verzet. Maar helaas werd het toch balen, want ik hoorde weer niks, nada, niente.
Op een vrijdagmiddag kreeg ik een telefoontje van de afdeling Planning. Of ik de maandag daarna twee ritten kon uitvoeren. En dat kon ik wel. De zondag er voor ging ik eens kijken wat er op het programma stond. De eerste auto moest ik tussen 8 en 10 ’s morgens ophalen in het westelijk havengebied van Amsterdam en tussen 8 en 10 afleveren in Landgraaf, Zuid Limburg. Dat leek me een uitdaging, zo in de ochtendspits door heel Nederland. En dus mailde ik voor de zekerheid even naar Planning dat ze de ontvanger moesten informeren dat het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wel een uurtje later zou worden. Direct kwam het antwoord: “als u de auto om 07.30 ophaalt lukt het misschien net”. Maar dat heb ik geweigerd. Om om 08.00 in het westelijk havengebied te zijn moest ik om 06.30 uur de deur uit, en dat vond ik vroeg genoeg. Mijn antwoordmail werd vervolgens, bijna gewoontegetrouw, niet meer beantwoord.
Om 08.00 uur was ik in Amsterdam en kreeg een spiksplinternieuwe Opel Insignia overgedragen. Aan de auto zou het dus niet liggen. Maar toen ik na 1,5 uur 40 kilometer had afgelegd besloot ik toch om nogmaals Planning te informeren dat de eindtijd van 10.00 uur niet gehaald zou worden.
De planner die ik sprak zei: “Ja dat gaat natuurlijk niet lukken. Deze rit is fout ingepland. Rijdt u maar rustig verder. Ik informeer de klant wel”. Om 11.30 uur kwam ik in Landgraaf aan. Ik verontschuldigde me voor mijn late aankomst, maar de man die de auto in ontvangst nam zei “Oh, dat maakt niet uit hoor. Ik werk de hele dag thuis, dus niets aan de hand”.
Nou heb ik weer een mailtje gehad dat het morgen een zeer drukke dag gaat worden. En of ik me maar beschikbaar wil houden. Maar ik aarzel.