“Er wordt niet geaccepteerd door deze opdrachtgever dat er een spijkerbroek door de chauffeurs wordt gedragen. Ook geen sportschoenen!! Let hier goed op.”
Deze opmerking staat altijd vermeld bij de opdrachten om auto’s te verplaatsen voor deze leasemaatschappij. Ik vind dat erg grappig. Want je hebt ‘shabby’, ‘shabbier’ en ‘shabbiest’. En als ik eigen personeel van die firma ontmoet, dan vallen ze meestal in die laatste categorie.
Die dag deed ik dan ook mijn oudste, meest vale, spijkerbroek aan. Ik moest voor hen namelijk een VW Transporter ophalen en ervaring leert me dat zo’n ding vaak als bouwvakkersbusje wordt gebruikt, in 4 jaar tijd meestal nul keer is schoongemaakt, stinkt als een bunzing, brandgaten in de bekleding van de stoelen heeft en ondefinieerbare substanties kan bevatten die kunnen zorgen voor vlekken in je kleding in alle kleuren van de regenboog.
In een uitgewoonde Abarth 500 reed ik er heen. Dwars door ‘corona-county’. Raampjes dicht, luchttoevoer op re-circulatie. Zekerheid voor alles.
Gelukkig viel de Transporter mee en al snel zat ik op de A27 richting zijn baasje. Met een gangetje van 120 waar je (nog) 130 mocht, passeerde ik een truck met een lengte van een metertje of 15. En net toen ik halverwege hem zat, besloot de chauffeur om van baan te wisselen en stuurde resoluut naar links. De adrenaline spoot door me heen, mijn hartslag zat direct op 200, en met mijn volle gewicht trapte ik op de rem en sloeg tegelijkertijd hard op de claxon. De Transporter vond het maar niks en dreigde zijn weg verder overdwars te vervolgen. Maar gelukkig kon ik ‘m in bedwang houden en belandde zonder schade achter de truck.
Woedend als ik was gaf ik meteen weer gas en haalde alsnog de truck in. Ter hoogte van de cabine stak ik mijn middelvinger op naar de chauffeur. Daar ben ik niet trots op, want zoiets lost niets op. Maar ik zag ook dat de chauffeur het niet eens had gezien. Hij was vermoedelijk te druk met een schermpje. Weliswaar kon ik dat schermpje niet zien, maar waarom zou hij anders geconcentreerd naar beneden kijken i.p.v. voor zich uit?
Aangekomen bij de leasemaatschappij dacht ik aan een andere instructie die bij de opdracht was vermeld: busjes moeten buiten geparkeerd worden, want ze passen niet door de ingang naar de parkeergarage. Dat was een uitdaging, want het terrein stond hartstikke vol. Toch lukte het me om het busje ergens dubbel te parkeren zonder dat de doorgang voor andere auto’s versperd werd. Terwijl ik nog bezig was om de afleveradministratie bij te werken kwam er een mannetje op me af. In spijkerbroek.
“Mijnheer, rijdt u het busje maar naar binnen. Het wordt hier te vol”, zei hij.
“Maar dat past toch niet, qua hoogte”, reageerde ik.
“Ja hoor, deze kan nèt”, en hij liep al weer weg.
Voorzichtig reed ik naar de ingang en stapte voor de zekerheid eerst maar even uit. Mijn timmermansoog zei me dat er hooguit twee centimeter speling was, dus stapte ik weer in en reed heel, heel voorzichtig door de poort.
Binnengekomen keek ik rond en zag dat ook die parkeergarage stampvol stond. En weer kwam er een mannetje op mij af. Een andere, maar ook in spijkerbroek.
“Zet u ‘m daar maar neer”, zei hij en wees een plek aan waar hij een aantal andere auto’s zou blokkeren en verdere doorgang uitgesloten zou zijn.
“Weet u het zeker?”, vroeg ik.
“Ja, het moet maar. Het zijn er te veel. We kunnen ze gewoon niet meer kwijt”, en weg was hij weer.
Ik parkeerde de bus, pakte mijn spullen en stapte uit.
“Wie parkeert daar nou een auto”, brieste mannetje in spijkerbroek nummer drie. “Zo blokkeert hij toch alles. Hij moet naar buiten”.
“Tsja, daar had ik hem ook neergezet, maar uw collega zei dat hij naar binnen moest. En een andere collega van u zei dat hij hier moest staan”.
“Die weten er niks van”, reageerde de man.
“Nou, weet u wat? Hier heeft u de sleutels, dan kunt u hem lekker neerzetten waar u zelf wilt”, en ik overhandigde hem de sleutels.
Mopperend stapte hij in en reed de bus weer naar buiten. Daar zag ik ‘m nog ruzie maken met zijn collega, maar ik vond het zo wel mooi geweest. Tijd om mijn eigen spijkerbroek weer naar huis te brengen.