Poesie mauw

De bok had een tijd lang voedsel gekregen dat niet zo geschikt voor ‘m was. Er ontstond daardoor gruis in zijn urine en raakten zijn urinewegen, inclusief zijn piemel, verstopt. Dokter Brenda had de diagnose snel gesteld en ook bedacht wat de oplossing was. Resoluut stak ze de naald met een plaatselijk verdovingsmiddel in hem, pakte een op een knijptang gelijkend instrument en kneep in een vloeiende beweging de punt van de piemel van de bok. Onmiddellijk liep de urine er uit en leek de bok erg opgelucht.

Tegelijkertijd stond dokter Pol met zijn arm tot aan zijn schouder in de vagina van een koe te wroeten. Toen hij had gevoeld hoe het kalf lag haalde hij zijn arm er weer uit, pakte een ketting, stak zijn arm weer in de koe en bevestigde de ketting aan een pootje. Vervolgens pakte hij een soort krik en begon met veel kracht het kalf uit de koe te sjorren. Met een klap viel het kalf op de grond en werd het aan zijn achterpoten opgetild door twee man. Deze zwaaiden het kalf heen en weer en knalden het weer op de grond. Dat bleek te helpen en het kalf begon te ademen. De koe draaide zich om en begon tevreden haar kalf schoon te likken.

Hoe vreemd het misschien ook klinkt, wij kijken met veel plezier, vlak voor het slapen gaan, naar een aflevering van ‘The incredible dr Pol’. Hoe gruwelijk de gebeurtenissen soms ook lijken, er wordt altijd liefdevol omgegaan met dieren en al het handelen is gericht op hun welzijn. Het doet ons de zorgen van de dag vergeten en we slapen er vervolgens heerlijk van.

Dat liefdevol met dieren omgaan wil helaas in andere gevallen nogal eens ontbreken. De boer waar ik als kind kwam, was een aardige, hardwerkende man. Maar zijn omgang met dieren was zoals de omgang met dieren toen was: gericht op productie. Ik denk bijvoorbeeld nog wel eens aan zijn ‘kistkalfjes’. Dat waren kalfjes die, het woord zegt het al, in een kist stonden. Die kist stond in de schuur en was potdicht afgesloten. Het kalf stond klem tussen de planken en kon zich niet bewegen. En het kalf stond de godganse dag in het donker. Een paar keer per dag kregen ze te eten. Uit een emmer. Ik dacht altijd dat de emmer gevuld was met melk, maar het zou me, achteraf, niet verbazen als er ook wat krachtvoer aan was toegevoegd. Opdat het arme beest maar zo snel mogelijk uit zijn kist zou barsten en naar het abattoir kon. Kistkalfjes gaven mooi, mals, wit vlees en brachten een aardig centje op.

Ik denk ook aan de katten die op de boerderij rondliepen. Dat waren er veel. En ze hadden op zich een bruin leventje. Ze waren wild en fokten als konijnen. Als de boer vond dat er te veel kwamen zocht hij de plekken op waar de katten hun jongen wierpen, pakten de pasgeborenen op en stopte ze in een jutezak. Daar liep hij mee naar de rivier, haalde ze één voor één uit de zak en gooide ze met een reuzezwaai naar het midden van de rivier. Daar spartelden ze nog lange tijd, voordat ze uiteindelijk kopje ondergingen.

Als kind stond ik er bij, en keek er huilend naar. Ik probeerde de boer dan op andere gedachten te brengen, maar slaagde daar helaas niet in.

“Als ik nou voor ze zorg, mogen ze dan blijven?”, smeekte ik.

“Nee, er zijn al veel te veel katten op de boerderij, er mogen er niet nog meer bij komen”, antwoordde de boer.

“Maar, als ik ze nou mee neem naar mijn huis, mag het dan?”, probeerde ik nog.

“Nee, je moeder ziet je aankomen”, en hij draaide zich om, op zijn gele klompen, en liep terug naar de boerderij.

Ik heb nog geprobeerd de situatie te veranderen door contact op te nemen met de dierenbescherming.

“Het beste kan de boer de katten laten castreren en/of steriliseren”, maar dat zou de boer een flink bedrag kosten, met al die katten. En de boer had veel: een aardige zoon, aardige dochters, een lieve vrouw, een fijne boerderij met 24 koeien, een paard, kippen, een paar varkens en een rot haan die, als je je rug naar hem toekeerde, je onmiddellijk in de nek sprong en begon te pikken. Maar geld? Dat had hij niet.

“Dan is de meest humane oplossing dat de pasgeboren kittens in een emmer lauw water onder worden geduwd met behulp van een deksel van een pan. Op die manier zijn ze het snelst dood en lijden ze het minst”, zei de dierenbeschermer.

Ik vond dat een vreselijke oplossing, maar bij het eerstvolgende nestje kittens, realiseerde ik me direct dat de keuze was: of de rivier, of de humanere manier van de dierenbescherming. En dat heb ik toen gedaan. Eén keer om precies te zijn. Met vier kittens. Als ik er weer aan denk schieten de tranen me nog in de ogen.

Met de kistkalfjes en de kittens liep het dus niet goed af. En daarom kijken we graag naar dr. Pol. Want bij die praktijk loopt het gelukkig vaak wel goed af.