Gjin oprjochte Fries

Zondagochtend 09.30 uur.

We hadden lekker ontbeten in ons hotel en de rekening betaald.

Voordat we huiswaarts zouden keren wilden we een laatste rondje door het prachtige Leeuwarden maken. De temperatuur lag rond het vriespunt maar het zonnetje werd al zichtbaar en het was windstil. Perfect voor een wandeling door een stille stad die waarschijnlijk nog lag uit te buiken van het Sinterklaasfeest.

Uit een zijstraatje kwam ons een man tegemoet. Hij had een buitenlands uiterlijk en zijn bovenkaak was bijna tandeloos.

“Mag ik u wat vragen?”, vroeg hij in correct Nederlands.

“Ja hoor”, antwoordde ik.

“Ik heb een probleem. Ik krijg dinsdag pas weer mijn weekgeld en ben nu blut. Ik wil even boodschappen doen. Gewoon melk en Brinta enzo. In de winkel. Kun u mij daarvoor wat geld geven?”

“Nee”, zei ik, terwijl ik de man aankeek. De nadruk op gewone, gezonde, alledaagse producten kwam niet geloofwaardig op me over.

Onmiddellijk barstte hij in woede uit.

“Kutnederlanders”, schreeuwde hij.

“Vuile heroïnehoeren, kankerlijers”.

“Ik neuk jullie allemaal de moeder”.

Zwaaiend met zijn armen en luidkeels schreeuwend liep hij van ons vandaan.

“Dank u wel mijnheer”, zei C. nog, maar de ironie ontging hem.

“Tyfus, kanker, pleuris, kutnederlanders”, reageerde hij nog wel.

Die is goed geïntegreerd, dacht ik bij mezelf.

Even overwoog ik nog om hem te vragen mij na te zeggen “bûter, brea en griene tsiis”, maar dat liet ik maar achterwege. Het was me zo al duidelijk dat het “gjin oprjochte Fries” was.