Eén van mijn laatste herinneringen aan Griekenland was een lange, slanke vrouw. Al mag je vandaag de dag iemands geslacht niet meer zo maar veronderstellen, ik had geen twijfel. Ze kwam in een mooie kleurrijke tuin op mij aflopen. Als een mannequin op de catwalk. Ze liep naast een man van middelbare leeftijd, waaraan de geur van geld al op zo’n twintig meter te ruiken was. Maar deze man trok niet mijn aandacht. Zij wel. Ze droeg namelijk een soort strak condoom (waar het spermareservoir van afgeknipt was), gemaakt van slangenleer. Dat liep van net boven haar tepels tot net onder haar billen. Het zat zo strak dat ik me afvroeg hoe het haar was gelukt om het aan te krijgen. Misschien heeft ze het als kind aangetrokken en is er zo ingegroeid. Ze liep op naaldhakken van zo’n 12 centimeter hoogte. Superstiletto’s. Zonder koorddansstok en zonder aarzelen of zwikken. Ik had een petje op en dat deed ik even af.
In het vliegtuig kwam ik naast een heel andere vrouw te zitten. Een kleintje, zonder slangencondoom. Dat het een kleintje was verbaasde me, want het waren zitplaatsen met extra beenruimte, waarvoor extra betaald moest worden. Ik schat dat, als ze met haar kont helemaal naar achter ging zitten, ze met gestrekte beentjes recht vooruit er nog in paste.
Ze had een chagrijnig koppie met samengeknepen oogjes en een mond als een rechte streep. Toen ze even op moest staan om mij langs te laten, deed ze dat met een verwijtende, afkeurende blik. En toen het haar niet snel genoeg ging maakte ze een ongeduldige beweging met haar hoofd waarmee ze overduidelijk wilde zeggen: ‘schiet eens op, ik wil weer zitten’. De hele vlucht heb ik geen woord met haar gewisseld. Misschien maar beter ook, want ik had nu al de neiging om iets te zeggen als ‘wat vervelend voor u dat u een rot vakantie heeft gehad’, of woorden van gelijke strekking.
Ik was geestelijk voorbereid op enorme drukte op Schiphol en lange wachttijden bij de bagageband. Het onvermogen van Schiphol om alle passagiers op tijd af te handelen is tenslotte al lange tijd in het nieuws. De enorme mensenmassa op de pier waar wij het toestel verlieten stelde mij niet gerust. Met moeite kwamen we er door.
Eenmaal in de bagagehal bleek dat de koffers van onze vlucht konden worden afgehaald bij band 4. Dus posteerden we ons op het punt waar de koffers uit een soort zwart gat (waarachter de hel van de koffersmijters zich moet bevinden), op die band vallen.
Nog totaal niet voorbereid op de komst van de koffers begon alles ineens te draaien en te bewegen en kwamen de eerste koffers er al aan. De koffers nummer één en twee waren de onze! De verrassing was zo groot dat we bijna te laat reageerden. Nog nooit eerder hadden we binnen een paar minuten onze koffers en konden we door. Ik had wel gelezen dat een loonsverhoging was afgesproken, maar nooit verwacht dat dit zo’n geweldig positief effect zou hebben. ‘Money makes the suitcases go round’.
Het geluksgevoel dat we aan deze voorspoedige terugkeer overhielden werd snel weer teniet gedaan. Buiten was het koud en het regende. En met koud bedoel ik: bijna 20 graden kouder dan bij ons vertrek. Volkomen ontregeld bibberden we naar huis. Vakantie maakt meer kapot dan je lief is.