Vandaag heb ik een wandeling gemaakt in het prachtige park waar we vlak naast wonen. Bij de boom waar ik enkele jaren geleden een specht heb gespot blijf ik staan. Ik zoek iedere tak af, maar kan hem niet vinden. Iets verderop zie ik een grote anemoon, prachtig in bloei.
Het is weliswaar herfst, maar zo voelt het niet. Ik ben dan ook veel te warm gekleed. T-shirt, vest, jas. Terwijl alleen een T-shirt zou volstaan.
In het begin kom ik nog wat mensen tegen, maar dieper het park in zie ik niemand. Dat bevalt me prima. Alleen bedenk ik tot mijn schrik dat dit misschien wel een Natura-2000 gebied is. Tenslotte is iedere postzegel waar een boom staat een Natura-2000 gebied. Voor de zekerheid neem ik me voor om geen scheten te laten en niet tegen een boom aan te piesen. Voor je het weet worden anders alle bouwprojecten in Noord-Holland stil gelegd en de vergunningen ingetrokken.
Ik zie een vogel die erg op een ekster lijkt, maar hij is wit, heeft een bruine kop en bruine randjes langs zijn vleugels. Net op het moment dat ik hem wil fotograferen vliegt hij weg. Ik vermoed dat het een vogel met een kleurmutatie is. Hij is prachtig. Ik hoop dat hij niet door zijn soortgenoten wordt buitengesloten.
Ik dwing mezelf om rustig te lopen. Al kuierend gaan mijn gedachten ineens naar Facebook. Nou moet je eigenlijk helemaal nooit aan Facebook denken, maar het gebeurde gewoon. Dat komt omdat ik me steeds weer verbaas over de reclame van de NVVE die tussen de berichten staan. Na ieder bericht van een Facebookvriend staat er reclame van de NVVE. Waarom in vredesnaam moet de NVVE zo veel reclame maken? We zijn al decennia lang lid. Kunnen ze hun geld niet beter besteden aan de ontwikkeling van een ordentelijke ‘pil van Drion’ met bijbehorende passende wetgeving? Of hebben ze soms te weinig ‘werk’ en denken ze dat die ‘ouwe’ die in het park loopt te genieten wel geholpen zou zijn met een dodelijk zetje? En, omdat ik weet dat reclame zoveel mogelijk wordt afgestemd op de doelgroep, hoe weten ze eigenlijk dat ik een ‘ouwe’ ben? Je zou er haast paranoia van worden.
Al genietend van de natuur weet ik Facebook uit mijn gedachten te bannen en denk ik aan de natuur die we thuis hebben, in de huiskamer. Vroeger hadden we geen kamerplanten, want we waren veel te druk met andere dingen. Maar sinds enige jaren beginnen planten een hobby van me te worden. Ik geniet er enorm van en vertroetel ze met liefde. Zo’n vijftien stuks hebben we er nu. Vier daarvan staan in een bootvormige langwerpige bak. Dat waren oorspronkelijk drie cactussen en een vetplant. Maar de vetplant vond het zo gezellig in die bak dat hij veel te groot werd. En dus heb ik hem, met handschoenen aan vanwege zijn stekelige vriendjes, uit de bak gehaald en er een andere cactus voor in de plaats gezet. Die moest er natuurlijk wel goed bijpassen. En dat is gelukt: hij is anders van vorm, maar combineert in zich de drie kleuren die de andere drie hebben. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met het feit dat ik een beetje kleurenblind ben, dus misschien vloekt het als de hel met elkaar. Maar hé, het is mijn hobby hè.
Na een half uurtje in stilte gelopen te hebben kom ik weer in de buurt van de bewoonde wereld. Mensen met hondjes groeten vriendelijk. En ik groet ze vriendelijk terug.
Vlak bij het winkelcentrum, aan de rand van het park en het dichtst bij de supermarkten met Schultenbräu, is een pleintje met bankjes waar altijd een paar zwervers verblijven. Twee dikke aangeschoten vrouwen hangen gierend van het lachen om elkaars nek. Een paar mannen hebben een gettoblaster met reggae muziek aan staan.
Eén dakloze zit apart op een bankje, een beetje afgescheiden van de rest, een halve liter in de hand. Hij groet me vriendelijk.
‘Alles goed?’ vraagt hij.
‘Ja hoor, met jou ook?’, reageer ik.
Hij steekt zijn duim op. ‘Heb je je rondje er weer op zitten?’
‘Ja, het is een prachtig park’, antwoord ik.
Ik steek ook mijn duim op en loop door.
Zo zenuwachtig als een kraai na dit menselijke contact vervolg ik mijn wandeling.